Übersetzungen für verhinderen
verhinderen
hat 5 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 21 SynonymeNiederländisch Niederländisch
verhinderen (preventie, algemeen, poging, plan, voorkomen)
Französisch
verhinderen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
empêcher
(v)
(preventie)
empêcher
(v)
(algemeen)
empêcher
(v)
(poging)
empêcher
(v)
(plan)
empêcher
(v)
(voorkomen)
prévoir
(v)
(algemeen)
prévoir
(v)
(preventie)
prévoir
(v)
(poging)
prévoir
(v)
(plan)
prévoir
(v)
(voorkomen)
anticiper
(v)
(algemeen)
anticiper
(v)
(preventie)
anticiper
(v)
(poging)
anticiper
(v)
(plan)
anticiper
(v)
(voorkomen)
déjouer
(v)
(poging)
déjouer
(v)
(plan)
déjouer
(v)
(algemeen)
déjouer
(v)
(preventie)
déjouer
(v)
(voorkomen)
pouvoir
(v)
[m.]
(algemeen)
pouvoir
(v)
[m.]
(preventie)
pouvoir
(v)
[m.]
(poging)
pouvoir
(v)
[m.]
(plan)
pouvoir
(v)
[m.]
(voorkomen)
gêner
(v)
(poging)
gêner
(v)
(plan)
gêner
(v)
(algemeen)
gêner
(v)
(preventie)
gêner
(v)
(voorkomen)
entraver
(v)
(poging)
entraver
(v)
(plan)
entraver
(v)
(algemeen)
entraver
(v)
(preventie)
entraver
(v)
(voorkomen)
frustrer
(v)
(poging)
frustrer
(v)
(plan)
prévenir
(v)
(algemeen)
prévenir
(v)
(preventie)
prévenir
(v)
(poging)
prévenir
(v)
(plan)
prévenir
(v)
(voorkomen)
Italienisch
verhinderen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
anticipare
(v)
(voorkomen)
anticipare
(v)
(algemeen)
anticipare
(v)
(preventie)
anticipare
(v)
(poging)
anticipare
(v)
(plan)
deludere
(v)
(poging)
deludere
(v)
(plan)
fare
(v)
(algemeen)
fare
(v)
(preventie)
fare
(v)
(poging)
fare
(v)
(plan)
fare
(v)
(voorkomen)
frustrare
(v)
(poging)
frustrare
(v)
(plan)
frustrare
(v)
(algemeen)
frustrare
(v)
(preventie)
frustrare
(v)
(voorkomen)
impedire
(v)
(algemeen)
impedire
(v)
(preventie)
impedire
(v)
(poging)
impedire
(v)
(plan)
impedire
(v)
(voorkomen)
intralciare
(v)
(algemeen)
intralciare
(v)
(preventie)
intralciare
(v)
(poging)
intralciare
(v)
(plan)
intralciare
(v)
(voorkomen)
ostacolare
(v)
(poging)
ostacolare
(v)
(plan)
ostacolare
(v)
(algemeen)
ostacolare
(v)
(preventie)
ostacolare
(v)
(voorkomen)
prevedere
(v)
(voorkomen)
prevedere
(v)
(algemeen)
prevedere
(v)
(preventie)
prevedere
(v)
(poging)
prevedere
(v)
(plan)
prevenire
(v)
(voorkomen)
prevenire
(v)
(algemeen)
prevenire
(v)
(preventie)
prevenire
(v)
(poging)
prevenire
(v)
(plan)
sventare
(v)
(poging)
sventare
(v)
(plan)
sventare
(v)
(algemeen)
sventare
(v)
(preventie)
sventare
(v)
(voorkomen)
Englisch
verhinderen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
verhinderen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
verhindern (v) (algemeen)
abhalten (v) (preventie)
verhindern (v) (preventie)
vereiteln (v) (poging)
verhindern (v) (poging)
vereiteln (v) (plan)
verhindern (v) (plan)
zuvorkommen (v) (voorkomen)
verhindern (v) (voorkomen)
Spanisch
verhinderen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
adelantar (v) (algemeen)
adelantar (v) (preventie)
adelantar (v) (poging)
adelantar (v) (plan)
adelantar (v) (voorkomen)
anticipar
(v)
(algemeen)
anticipar
(v)
(preventie)
anticipar
(v)
(poging)
anticipar
(v)
(plan)
anticipar
(v)
(voorkomen)
desbaratar (v) (poging)
desbaratar (v) (plan)
desbaratar (v) (algemeen)
desbaratar (v) (preventie)
desbaratar (v) (voorkomen)
evitar (v) (algemeen)
evitar (v) (preventie)
evitar (v) (poging)
evitar (v) (plan)
evitar (v) (voorkomen)
frustrar
(v)
(poging)
frustrar
(v)
(plan)
frustrar
(v)
(algemeen)
frustrar
(v)
(preventie)
frustrar
(v)
(voorkomen)
hacer fracasar (v) (poging)
hacer fracasar (v) (plan)
hacer fracasar (v) (algemeen)
hacer fracasar (v) (preventie)
hacer fracasar (v) (voorkomen)
impedir (v) (preventie)
impedir (v) (poging)
impedir (v) (plan)
impedir (v) (algemeen)
impedir (v) (voorkomen)
obstaculizar
(v)
(poging)
obstaculizar
(v)
(plan)
obstaculizar
(v)
(algemeen)
obstaculizar
(v)
(preventie)
obstaculizar
(v)
(voorkomen)
prevenir (v) (algemeen)
prevenir (v) (preventie)
prevenir (v) (poging)
prevenir (v) (plan)
prevenir (v) (voorkomen)
Schwedisch
verhinderen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
avhålla från (v) (preventie)
hjälpa (v) (algemeen)
hjälpa (v) (preventie)
hjälpa (v) (poging)
hjälpa (v) (plan)
hjälpa (v) (voorkomen)
föregripa (v) (algemeen)
föregripa (v) (preventie)
föregripa (v) (poging)
föregripa (v) (plan)
föregripa (v) (voorkomen)
hejda (v) (poging)
hejda (v) (plan)
hindra (v) (algemeen)
hindra (v) (preventie)
hindra (v) (poging)
hindra (v) (plan)
hindra (v) (voorkomen)
tillintetgöra (v) (poging)
tillintetgöra (v) (plan)
kullkasta (v) (algemeen)
kullkasta (v) (preventie)
kullkasta (v) (poging)
kullkasta (v) (plan)
kullkasta (v) (voorkomen)
förekomma (v) (algemeen)
förekomma (v) (preventie)
förekomma (v) (poging)
förekomma (v) (plan)
förekomma (v) (voorkomen)
omintetgöra (v) (algemeen)
omintetgöra (v) (preventie)
omintetgöra (v) (poging)
omintetgöra (v) (plan)
omintetgöra (v) (voorkomen)
gäcka (v) (algemeen)
gäcka (v) (preventie)
gäcka (v) (poging)
gäcka (v) (plan)
gäcka (v) (voorkomen)
förhindra (v) (algemeen)
förhindra (v) (preventie)
förhindra (v) (poging)
förhindra (v) (plan)
förhindra (v) (voorkomen)
stäcka (v) (algemeen)
stäcka (v) (preventie)
stäcka (v) (poging)
stäcka (v) (plan)
stäcka (v) (voorkomen)
Portugiesisch
verhinderen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
impedir (v) (algemeen)
impedir (v) (preventie)
impedir (v) (poging)
impedir (v) (plan)
impedir (v) (voorkomen)
abster-se de (v) (preventie)
evitar (v) (algemeen)
evitar (v) (preventie)
evitar (v) (poging)
evitar (v) (plan)
evitar (v) (voorkomen)
obstruir (v) (poging)
obstruir (v) (plan)
obstruir (v) (algemeen)
obstruir (v) (preventie)
obstruir (v) (voorkomen)
barrar (v) (poging)
barrar (v) (plan)
estragar (v) (poging)
estragar (v) (plan)
antecipar (v) (voorkomen)
antecipar (v) (algemeen)
antecipar (v) (preventie)
antecipar (v) (poging)
antecipar (v) (plan)
prever (v) (voorkomen)
prever (v) (algemeen)
prever (v) (preventie)
prever (v) (poging)
prever (v) (plan)
frustrar (v) (poging)
frustrar (v) (plan)
frustrar (v) (algemeen)
frustrar (v) (preventie)
frustrar (v) (voorkomen)
atrapalhar (v) (poging)
atrapalhar (v) (plan)
meter-se no caminho de (v) (algemeen)
meter-se no caminho de (v) (preventie)
meter-se no caminho de (v) (poging)
meter-se no caminho de (v) (plan)
meter-se no caminho de (v) (voorkomen)
entravar (v) (poging)
entravar (v) (plan)
entravar (v) (algemeen)
entravar (v) (preventie)
entravar (v) (voorkomen)
prevenir (v) (voorkomen)
prevenir (v) (algemeen)
prevenir (v) (preventie)
prevenir (v) (poging)
prevenir (v) (plan)
Verbformen von verhinderen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | verhinderend | und | verhinderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | verhinder | verhindert | verhindert | verhinderen | verhinderen | verhinderen |
| Imperfect | verhinderde | verhinderde | verhinderde | verhinderden | verhinderden | verhinderden |
| Toekomende tijd I | zal verhinderen | zult verhinderen | zal verhinderen | zullen verhinderen | zullen verhinderen | zullen verhinderen |
| Conditionalis I | zou verhinderen | zou verhinderen | zou verhinderen | zouden verhinderen | zouden verhinderen | zouden verhinderen |
| Perfectum | heb verhinderd | hebt verhinderd | heeft verhinderd | hebben verhinderd | hebben verhinderd | hebben verhinderd |
| Voltooid verleden tijd | had verhinderd | had verhinderd | had verhinderd | hadden verhinderd | hadden verhinderd | hadden verhinderd |
| Toekomende tijd II | zal verhinderd hebben | zult verhinderd hebben | zal verhinderd hebben | zullen verhinderd hebben | zullen verhinderd hebben | zullen verhinderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben verhinderd | zou hebben verhinderd | zou hebben verhinderd | zouden hebben verhinderd | zouden hebben verhinderd | zouden hebben verhinderd |
| Imperatief | - | verhinder | - | - | verhindert | - |
