die besitzt 160 Übersetzungen in 18 Sprachen

Übersetzungen von die

NL DE Deutsch 12 Übersetzungen
  • das (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., which, who (relative pronoun), aanwijzend]
  • diese (o) [aanwijzend]
  • dieser (o) [aanwijzend]
  • dem (o) [bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • den (o) [bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • der (o) [aanwijzend, who (relative pronoun), which, specified object, bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., (''relative'') who, whom, what]
  • die (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., who (relative pronoun), which, bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend voornaamwoord - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk.]
  • jene (o) [aanwijzend voornaamwoord - mv., what is being indicated, aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend]
  • jener (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., specified object, what is being indicated]
  • jenes (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., what is being indicated]
  • welcher (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what]
  • derjenige (pronoun) [specified object]
NL EN Englisch 7 Übersetzungen
  • that [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., aanwijzend]
  • who (pronoun n) [who (relative pronoun), bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk.]
  • whom [bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv.] (formal)
  • which [bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • this one [aanwijzend]
  • that one [aanwijzend, specified object]
  • those [aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv.]
NL ES Spanisch 28 Übersetzungen
  • que (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., which]
  • ese (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., what is being indicated]
  • esa (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., what is being indicated]
  • aquel (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., what is being indicated]
  • aquella (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., what is being indicated]
  • quien (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., who (relative pronoun)]
  • el cual (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • la cual (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • ése (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., specified object]
  • aquél (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., specified object]
  • ésa (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • aquélla (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • éste (o) [aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • esos (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • esas (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • aquellos (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • aquellas (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • quienes (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • los cuales (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • éstos (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • éstas (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • ésos (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • ésas (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • aquéllos (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • aquéllas (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • ésta (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • eso (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • aquello (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
NL FR Französisch 20 Übersetzungen
  • que (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., which]
  • ce [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., what is being indicated]
  • cet [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., what is being indicated]
  • cette [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., what is being indicated]
  • ça [aanwijzend, bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • cela [aanwijzend, bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • qui (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., which, who (relative pronoun)]
  • celui [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • celui-ci [aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • celui-là [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., specified object]
  • ces [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • ceux-ci [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • celles-ci [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • ceux [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • celles [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • ceux-là [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • celles-là [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
  • celle [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • celle-ci [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • celle-là [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., specified object]
NL IT Italienisch 18 Übersetzungen
  • questo (o) [aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • che (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., which, who (relative pronoun)]
  • quel (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • quello (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., specified object, what is being indicated]
  • quella (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., what is being indicated]
  • il quale (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • la quale (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • codesto (o) [aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.]
  • quei (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • quegli (a) [aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv.]
  • quelle (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • i quali (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • le quali (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • questi (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • queste (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • quelli (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • questa (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • codesta (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
NL PT Portugiesisch 20 Übersetzungen
  • que (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., which, who (relative pronoun)]
  • essa (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., what is being indicated] {f}
  • aquele (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., specified object, what is being indicated]
  • aquela (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv., what is being indicated]
  • isso (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • o qual (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • a qual (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • aquilo (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • quem (pronoun n) [who (relative pronoun)]
  • este (o) [aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk.] {m}
  • esse (o) [aanwijzend, bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., what is being indicated]
  • aqueles (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • aquelas (o) [aanwijzend, aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • os quais (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • estes (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • estas (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • esses (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • essas (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • esta (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • qual (conj determiner pronoun adv) [which]
NL SV Schwedisch 10 Übersetzungen
  • som (o) [aanwijzend, (''relative'') who, whom, what, who (relative pronoun), which, bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend voornaamwoord - mv.]
  • den där (o) [bettr. vnw. - voorwerp. - enk., what is being indicated, specified object, bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv.]
  • det där (o) [bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., what is being indicated, specified object, bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend voornaamwoord - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend]
  • det här (o) [bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend voornaamwoord - mv., aanwijzend, bettr. vnw. - lijdend vw. - mv.]
  • det (o) [aanwijzend, bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., what is being indicated]
  • den (o) [aanwijzend, what is being indicated, bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk.]
  • den här (o) [bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend voornaamwoord - mv., aanwijzend, bettr. vnw. - lijdend vw. - mv.]
  • de där (o) [bettr. vnw. - voorwerp. - enk., specified object, bettr. vnw. - voorwerp. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., aanwijzend voornaamwoord - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - mv., aanwijzend bijvoeglijk nw. - enk., aanwijzend]
  • de här (o) [aanwijzend, aanwijzend voornaamwoord - mv., bettr. vnw. - lijdend vw. - enk., bettr. vnw. - lijdend vw. - mv., bettr. vnw. - onderwerp - enk., bettr. vnw. - onderwerp - pl., bettr. vnw. - voorwerp. - enk., bettr. vnw. - voorwerp. - mv.]
  • vilken (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, which]
NL CS Tschechisch 6 Übersetzungen
  • který (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, which, who (relative pronoun)]
  • tamten (pronoun) [specified object, what is being indicated] {m}
  • tamta (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] {f}
  • tamto (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] {n}
  • kteří (pronoun n) [who (relative pronoun)] {m}
  • jenž (conj determiner pronoun adv) [which]
NL PL Polnisch 4 Übersetzungen
  • który (n) [(''relative'') who, whom, what, who (relative pronoun)]
  • tamten (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • tamto (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • tamta (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] (conj determiner pronoun adv)
NL DA Dänisch 1 Übersetzung
  • som (conj determiner pronoun adv) [which, who (relative pronoun)]
NL BG Bulgarisch 7 Übersetzungen
  • което [which, who (relative pronoun)] {n}
  • който [which, who (relative pronoun)] {m}
  • която [which, who (relative pronoun)] {f}
  • които [who (relative pronoun)]
  • когато (conj determiner pronoun adv) [which] (kogato)
  • онзи (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] (conj determiner pronoun adv)
  • оня (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] (conj determiner pronoun adv)
NL HU Ungarisch 5 Übersetzungen
  • az (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • aki (pronoun n) [who (relative pronoun)]
  • akik (pronoun n) [who (relative pronoun)]
  • amelyik (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, which]
  • ami (conj determiner pronoun adv) [which] (conj determiner pronoun adv)
NL AF Afrikaans 1 Übersetzung
NL RU Russisch 7 Übersetzungen
  • что (conj determiner pronoun adv) [which, who (relative pronoun)] (pron inter)
  • тот (pronoun) [specified object, what is being indicated] (та,то)
  • вон (pronoun) [specified object] (adv)
  • та (pronoun) [specified object, what is being indicated] {f}
  • то (pronoun) [specified object, what is being indicated] {n}
  • те (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • кото́рый (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, which, who (relative pronoun)] (conj determiner pronoun adv)
NL SL Slowenisch 6 Übersetzungen
  • kdo
  • tisto (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] {n}
  • tista (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] {f}
  • tisti (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] {m}
  • ki (determiner pronoun n) [(''relative'') who, whom, what, which]
  • kdó (pronoun n) [who (relative pronoun)] (pronoun n)
NL HI Hindi 1 Übersetzung
  • जो [(''relative'') who, whom, what, who (relative pronoun)] (jo)
NL JA Japanisch 2 Übersetzungen
  • その (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated] (sonó)
  • あれ (pronoun) [specified object] (pronoun)
NL VI Vietnamesisch 5 Übersetzungen
  • đó (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • cái đó (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • kia (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • cái kia (conj determiner pronoun adv) [what is being indicated]
  • (pronoun n) [who (relative pronoun)]