zetten (Verb)

1

decken (v)

tafel
2

legen (v n adj)

to put something down, voorwerpen
3

stellen (v n adj)

to put something down, voorwerpen
4

setzen (v)

to arrange type, to put something down, voorwerpen
5
gast
beweging
beweging
8

einsetzen (v)

geneeskunde
9

brauen (v)

koffie
10

kochen (v)

koffie