voortdurend (Adjektiv)

1
tijd, constant, continuïteit
2

dauernd (a)

continuïteit, blijvend
3

endlos (a)

onafgebroken
4

ständig (a)

algemeen, constant, continuïteit, tijd, voorraad
constant, continuïteit, onophoudelijk
6

immer (o)

onophoudelijk
7

permanent (a)

continuïteit
8
continuïteit
9

stetig (a)

voorraad, without break, cessation, or interruption in time
10
onafgebroken