ophouden (Verb | Nomen)

1

beenden (v)

activiteit
2
activiteit
3
verkeer
4

Schluss (n)

activiteit
5

Abschluss (n)

activiteit
6
tijd
7

stoppen (v)

activiteit
8

enden (n v)

ergative, intransitive: be finished, be terminated, activiteit
9
activiteit
10

ablassen (v)

activiteit