Leben (Nomen)

1

leven (n)

Inbegriff, Lebensumstände, Sein, allgemein, persönlich
  • Nie in meinem Leben
  • 9 Nooit in mijn hele leven
  • LEBEN
  • LEVEN
  • Recht auf Leben
  • Het recht op leven
2
Sein
Sein

Satzbeispiele & Übersetzungen

Frei leben-des Wild
Vrij wild
Recht auf Leben
Recht op leven
70.000 Menschen haben bereits ihr Leben verloren, und Hunderttausende Leben sind weiterhin bedroht.
Zeventigduizend mensen hebben reeds het leven verloren en de levens van honderdduizenden lopen nog steeds gevaar.
Landwirten das Leben erleichtern
Het leven van de agrarische gemeenschap gemakkelijker maken
Landwirten das Leben erleichtern
Toekomst van het EU-zeevervoersbeleid
Leben und
het leven en
Recht auf Leben 18.
Recht op het leven 18.
das menschliche Leben,
en het leven
das menschliche Leben,
overstroming aan de gezondheid
und das Leben
het menselijk leven,
Straftaten gegen das Leben
misdrijven tegen het leven van een persoon
und das menschliche Leben
de gezondheid en het leven van de mens
ins Leben gerufen haben,
in het leven heeft geroepen,