doch

1

doch (o)

aber
2

echter (o)

aber, allgemein, dennoch, however
  • Doch das war nicht unproblematisch.
  • Deze fases verliepen echter niet zonder problemen.
dennoch
aber
5
aber
allgemein
allgemein
allgemein
allgemein
10
allgemein, Adverb

Satzbeispiele & Übersetzungen

Doch was steckt wirklich dahinter?
Waar gaat het precies over?
Doch Berichterstatter Martin blieb skeptisch.
Veel mensen verzetten zich tegen het antinamaak handelsakkoord vanwege deze twee kwesties.
Kommt die Agrarreform doch?
Gemeenschappelijk landbouwbeleid
Kommt die Agrarreform doch?
Mid-term review landbouwbeleid
Oder doch?
Of wel soms?

doch

1

aber (o)

ware het niet dat
2

außer (o)

ware het niet dat
3

dennoch (o)

toch
4

doch (o)

ware het niet dat
5

jedoch (o)

toch, ware het niet dat
6

nur (o)

ware het niet dat
7

trotzdem (o)

toch