aanwenden besitzt 51 Übersetzungen in 7 Sprachen

Übersetzungen von aanwenden

NL DE Deutsch 6 Übersetzungen
NL EN Englisch 7 Übersetzungen
NL ES Spanisch 5 Übersetzungen
  • emplear (v) [gebruiken, invloed, uitoefenen, bekwaamheid]
  • ejercer (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • utilizar (v) [invloed, uitoefenen, gebruiken, bekwaamheid]
  • usar (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • aplicar (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
NL FR Französisch 9 Übersetzungen
  • user [gebruiken, bekwaamheid, uitoefenen, invloed]
  • employer [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • user de [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • exercer [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • faire usage de [uitoefenen, invloed, bekwaamheid, gebruiken]
  • se servir de [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • pratiquer [uitoefenen, invloed, gebruiken, bekwaamheid]
  • appliquer [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • utiliser [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
NL IT Italienisch 10 Übersetzungen
  • impiegare (v) [gebruiken, invloed, uitoefenen, bekwaamheid]
  • usare (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • fare uso di (v) [uitoefenen, invloed, gebruiken, bekwaamheid]
  • servirsi di (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • esercitare (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • far uso di (v) [bekwaamheid, uitoefenen, gebruiken, invloed]
  • adoperare (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • applicare (v) [uitoefenen, invloed, gebruiken, bekwaamheid]
  • azionare (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • utilizzare (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
NL PT Portugiesisch 8 Übersetzungen
  • usar (v) [gebruiken, invloed, uitoefenen, bekwaamheid]
  • empregar (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • aplicar (v) [gebruiken, uitoefenen, invloed, bekwaamheid]
  • exercitar (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • exercer (v) [bekwaamheid, uitoefenen, invloed, gebruiken]
  • colocar em uso (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • utilizar (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • fazer uso de (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
NL SV Schwedisch 6 Übersetzungen
  • använda (v) [gebruiken, invloed, uitoefenen, bekwaamheid]
  • bruka (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • utöva (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • öva (v) [bekwaamheid, uitoefenen, invloed, gebruiken]
  • tillämpa (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]
  • begagna (v) [bekwaamheid, gebruiken, invloed, uitoefenen]