Niederländisch: Wörter, die mit a beginnen

a capella ... aanbevelen aanbevelenswaardig ... aaneenpassen aaneenplakken ... aanharken
aanhebben ... aanlokken aanlonken ... aanrukken aanschaf ... aanstootgevend
aanstoppen ... aanvullend inkomen aanvulling ... aardverschuiving aardverzakking ... accentteken
accentueren ... achterklep achterland ... acidose acne ... administratie
administratief ... afboeken afboenen ... affirmatie affirmatief ... afharken
afhaspelen ... afkrabbelen afkrabben ... afpassen afpeddelen ... afroesten
afroffelen ... afslag afslanken ... afstemmen op afstempelen ... afvalkoker
afvallen ... afwisselen afwisselend ... ah aha ... alfanumeriek
algebra ... allesetend alleseter ... alternator alterneren ... Amerikaans Engels
Amerikaans voetbal ... andante ander ... anonimiseren anonimiteit ... aperitief
apex ... arbeid arbeiden ... arme drommel arme sloeber ... aspis
assaisoneren ... attent maken op attentheid ... autoritaire vrouw autoriteit ... aërosol
Wörterbuch Niederländisch