Wörter von NORD- bis NOTENSCHLüSSEL

Nord- noord
Nordamerika Noord-Amerika
Nordatlantikpakt Navo
Norden noorden
Nordländer noorderling
Nordländerin noorderlinge
Nordosten noordoosten
Nordpol Arctica
nordwestlich noordwestelijk
Nordwind noordenwind
nordwärts noordwaarts
nordwärts gerichtet dat naar het noorden gaat
nordöstlich noordoostelijk
Norm standaard
normal normaal
normalerweise gewoonlijk
normalisieren normaliseren
Normalisierung normalisatie
Normalität normaliteit
Normalzeit zonetijd
Norwegen Noorwegen
Norweger Noor
Norwegerin Noorse
norwegisch Noors
Nostalgie heimwee
nostalgisch lijdend aan heimwee
Not dwang
Not leidend arm
Notar notaris
notariell notarieel
notariell beglaubigen legaliseren
Notarin notaris
Notation notatie
Notausgang nooduitgang
Notausrüstung overlevingsuitrusting
Notbehelf noodoplossing
Notbremse noodrem
Notdienst hulpdienst
Note cijfer
Notenschlüssel sleutel