Wörter von ABGENEIGTHEIT bis ABHEBEN

Abgeneigtheit ontrouw
abgenutzt afgedragen
Abgeordnete parlementslid
Abgeordnete im Oberhaus Lid van het Hogerhuis
Abgeordnete im Repräsentantenhaus volksvertegenwoordiger
Abgeordnete im Unterhaus volksvertegenwoordiger
Abgeordnetenhaus Tweede Kamer
abgerundet afgerond
abgeschlossen met alle accomodatie
abgeschlossener Bereich afgesloten gedeelte
abgeschlossener Schlafraum slaapkamertje
Abgeschlossenheit afzondering
abgeschrägt afgeschuind
abgesehen von afgezien van
abgesondert afgezonderd
abgespannt afgetobd
abgesperrt met tralies
abgestanden niet vers
abgestorben gevoelloos
abgetragen afgedragen
abgewiesen werden een blauwtje lopen
abgewinnen terugwinnen
abgewöhnen afleren
abgezehrt afgetobd
abgießen decanteren
Abgott afgod
abgrenzen markeren
Abgrenzung begrenzing
Abgrund afgrond
abgucken spieken bij
abgöttisch idolaat
abhacken afhakken
abhalten verhinderen
abhalten von weerhouden van
abhanden gekommen sein kwijt zijn
Abhandlung verhandeling
Abhang afhelling
abhauen afhakken
abhauen mit er vandoor gaan met
abheben afsteken