Übersetzungen für zuigen

Suchbegriff:

zuigen

  hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

zuigen (algemeen, dieren, baby)

Französisch zuigen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

succion (n) [f.] (algemeen)

sucer (v) (algemeen)

sucer (v) (dieren)

sucer (v) (baby)

téter (v) (algemeen)

téter (v) (dieren)

téter (v) (baby)

Italienisch zuigen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

poppare (v) (algemeen)

poppare (v) (dieren)

poppare (v) (baby)

succhiamento (n) [m.] (algemeen)

succhiare (v) (algemeen)

succhiare (v) (dieren)

succhiare (v) (baby)

suzione (n) [f.] (algemeen)

Englisch zuigen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

suction (n) (algemeen)

sucking (n) (algemeen)

suck (v) (algemeen)

suckle (v) (dieren)

suckle (v) (baby)

Deutsch zuigen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Ansaugen (n) [n.] (algemeen)

Sog (n) [m.] (algemeen)

Saugen (n) [n.] (algemeen)

saugen (v) (algemeen)

saugen (v) (dieren)

saugen (v) (baby)

Spanisch zuigen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

amamantar (v) (algemeen)

amamantar (v) (dieren)

amamantar (v) (baby)

chupar (v) (algemeen)

chupar (v) (dieren)

chupar (v) (baby)

lactar (v) (algemeen)

lactar (v) (dieren)

lactar (v) (baby)

mamar (v) (algemeen)

mamar (v) (dieren)

mamar (v) (baby)

succión (n) [f.] (algemeen)

Schwedisch zuigen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

sug (n) [n.] (algemeen)

suga (v) (algemeen)

suga (v) (dieren)

suga (v) (baby)

dia (v) (algemeen)

dia (v) (dieren)

dia (v) (baby)

amma (v) (algemeen)

amma (v) (dieren)

amma (v) (baby)

sugande (n) [n.] (algemeen)

Portugiesisch zuigen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

sucção (n) [f.] (algemeen)

sugar (v) (algemeen)

sugar (v) (dieren)

sugar (v) (baby)

chupar (v) (algemeen)

chupar (v) (dieren)

chupar (v) (baby)

mamar (v) (algemeen)

mamar (v) (dieren)

mamar (v) (baby)

     

Verbformen von zuigen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord zuigend und gezogen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens zuig zuigt zuigt zuigen zuigen zuigen
Imperfect zoog zoog zoog zogen zogen zogen
Toekomende tijd I zal zuigen zult zuigen zal zuigen zullen zuigen zullen zuigen zullen zuigen
Conditionalis I zou zuigen zou zuigen zou zuigen zouden zuigen zouden zuigen zouden zuigen
Perfectum heb gezogen hebt gezogen heeft gezogen hebben gezogen hebben gezogen hebben gezogen
Voltooid verleden tijd had gezogen had gezogen had gezogen hadden gezogen hadden gezogen hadden gezogen
Toekomende tijd II zal gezogen hebben zult gezogen hebben zal gezogen hebben zullen gezogen hebben zullen gezogen hebben zullen gezogen hebben
Conditionalis II zou hebben gezogen zou hebben gezogen zou hebben gezogen zouden hebben gezogen zouden hebben gezogen zouden hebben gezogen
Imperatief - zuig - - zuigt -
zuigen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - zuigen übersetzen