Übersetzungen für zijn

Suchbegriff:

zijn

  hat 8 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

zijn (filosofie, algemeen, plaats, bestaan, bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk., bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk., bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv., bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

Französisch zijn Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

existence (n) [f.] (filosofie)

se trouver (v) (algemeen)

se trouver (v) (filosofie)

se trouver (v) (plaats)

être (v) [m.] (filosofie)

être (n) [m.] (bestaan)

être (v) [m.] (algemeen)

être (v) [m.] (plaats)

exister (v) (filosofie)

exister (v) (algemeen)

exister (v) (plaats)

son (a) [m.] (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

son (a) [m.] (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

son (a) [m.] (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

son (a) [m.] (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

sa (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

sa (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

sa (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

sa (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

ses (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

ses (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

ses (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

vie (n) [f.] (bestaan)

Italienisch zijn Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

esistenza (n) [f.] (filosofie)

esistenza (n) [f.] (bestaan)

esistere (v) (filosofie)

esistere (v) (algemeen)

esistere (v) (plaats)

essere (n) [m.] (bestaan)

essere (v) [m.] (algemeen)

essere (v) [m.] (filosofie)

essere (v) [m.] (plaats)

i suoi (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

i suoi (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

i suoi (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

il suo (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

il suo (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

il suo (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

il suo (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

la sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

la sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

la sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

la sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

le sue (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

le sue (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

le sue (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

trovarsi (v) (algemeen)

trovarsi (v) (filosofie)

trovarsi (v) (plaats)

vita (n) [f.] (bestaan)

Englisch zijn Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

his (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

his (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

its (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

its (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

existence (n) (filosofie)

being (n) (filosofie)

being (n) (bestaan)

existing (n) (bestaan)

living (n) (bestaan)

be (v) (algemeen)

be (v) (filosofie)

exist (v) (filosofie)

be located (v) (plaats)

be (v) (plaats)

Deutsch zijn Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

seine (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

sein (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

seine (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

seine (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

sein (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

Dasein (n) [n.] (filosofie)

Leben (n) [n.] (bestaan)

Sein (n) [n.] (bestaan)

sein (v) (algemeen)

sein (v) (filosofie)

existieren (v) (filosofie)

sich befinden (v) (plaats)

sein (v) (plaats)

Spanisch zijn Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

encontrarse (v) (algemeen)

encontrarse (v) (filosofie)

encontrarse (v) (plaats)

estar (v) (algemeen)

estar (v) (filosofie)

estar (v) (plaats)

existencia (n) [f.] (filosofie)

existencia (n) [f.] (bestaan)

existir (v) (filosofie)

existir (v) (algemeen)

existir (v) (plaats)

ser (v) [m.] (filosofie)

ser (v) [m.] (algemeen)

ser (v) [m.] (plaats)

su (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

su (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

su (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

su (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

sus (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

sus (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

sus (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

vida (n) [f.] (bestaan)

Schwedisch zijn Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

vara belägen (v) (algemeen)

vara belägen (v) (filosofie)

vara belägen (v) (plaats)

vara (v) (algemeen)

vara (v) (filosofie)

vara (v) (plaats)

existera (v) (algemeen)

existera (v) (filosofie)

existera (v) (plaats)

hans (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

hans (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

hans (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

hans (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

dess (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

dess (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

dess (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

dess (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

liv (n) [n.] (bestaan)

Portugiesisch zijn Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

existência (n) [f.] (filosofie)

estar em (v) (algemeen)

estar em (v) (filosofie)

estar em (v) (plaats)

encontrar-se em (v) (algemeen)

encontrar-se em (v) (filosofie)

encontrar-se em (v) (plaats)

existir (n) [m.] (bestaan)

existir (v) [m.] (filosofie)

existir (v) [m.] (algemeen)

existir (v) [m.] (plaats)

viver (n) [m.] (bestaan)

seu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

seu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

seu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

seu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)

sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

seus (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

seus (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

seus (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

suas (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.)

suas (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.)

suas (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.)

ser (n) [m.] (bestaan)

ser (v) [m.] (algemeen)

ser (v) [m.] (filosofie)

ser (v) [m.] (plaats)

estar (v) (algemeen)

estar (v) (filosofie)

estar (v) (plaats)

     

Verbformen von zijn

aux., irr. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord zijnd und geweest
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ben bent is zijn zijn zijn
Imperfect was was was waren waren waren
Toekomende tijd I zal zijn zult zijn zal zijn zullen zijn zullen zijn zullen zijn
Conditionalis I zou zijn zou zijn zou zijn zouden zijn zouden zijn zouden zijn
Perfectum ben geweest bent geweest is geweest zijn geweest zijn geweest zijn geweest
Voltooid verleden tijd was geweest was geweest was geweest waren geweest waren geweest waren geweest
Toekomende tijd II zal geweest zijn zult geweest zijn zal geweest zijn zullen geweest zijn zullen geweest zijn zullen geweest zijn
Conditionalis II zou zijn geweest zou zijn geweest zou zijn geweest zouden zijn geweest zouden zijn geweest zouden zijn geweest
Imperatief - wees - - weest -
zijn - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - zijn übersetzen