Übersetzungen für zetten
zetten
hat 6 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 SynonymeNiederländisch Niederländisch
zetten (geneeskunde, tafel, voorwerpen, beweging, gast, koffie)
Französisch
zetten Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
zetten Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
aggiustare
(v)
(geneeskunde)
conficcare
(v)
(voorwerpen)
deporre
(v)
(voorwerpen)
far sedere (v) (gast)
fare
(v)
(koffie)
ficcare
(v)
(voorwerpen)
mettere
(v)
(beweging)
mettere
(v)
(voorwerpen)
mettere a posto (v) (geneeskunde)
mettere a sedere (v) (gast)
piantare
(v)
(voorwerpen)
porre
(v)
(voorwerpen)
posare
(v)
(voorwerpen)
preparare
(v)
(koffie)
preparare
(v)
(tafel)
Englisch
zetten Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
zetten Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
kochen (v) (koffie)
brauen (v) (koffie)
platzieren (v) (gast)
decken (v) (tafel)
schnell schieben (v) (beweging)
schnell stellen (v) (beweging)
legen (v) (voorwerpen)
setzen (v) (voorwerpen)
stellen (v) (voorwerpen)
einsetzen (v) (geneeskunde)
Spanisch
zetten Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
zetten Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
zetten Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
ajustar (v) (geneeskunde)
passar (v) (koffie)
fazer (v) (koffie)
arrumar (v) (tafel)
colocar (v) (voorwerpen)
colocar (v) (beweging)
preparar (v) (koffie)
preparar (v) (tafel)
por (v) (voorwerpen)
por (v) (beweging)
pôr (v) [m.] (tafel)
fincar (v) (voorwerpen)
cravar (v) (voorwerpen)
colocar no lugar (v) (geneeskunde)
pousar (v) (voorwerpen)
botar (v) (voorwerpen)
botar (v) (beweging)
sentar (v) (gast)
Verbformen von zetten
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | zettend | und | gezet |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | zet | zet | zet | zetten | zetten | zetten |
| Imperfect | zette | zette | zette | zetten | zetten | zetten |
| Toekomende tijd I | zal zetten | zult zetten | zal zetten | zullen zetten | zullen zetten | zullen zetten |
| Conditionalis I | zou zetten | zou zetten | zou zetten | zouden zetten | zouden zetten | zouden zetten |
| Perfectum | heb gezet | hebt gezet | heeft gezet | hebben gezet | hebben gezet | hebben gezet |
| Voltooid verleden tijd | had gezet | had gezet | had gezet | hadden gezet | hadden gezet | hadden gezet |
| Toekomende tijd II | zal gezet hebben | zult gezet hebben | zal gezet hebben | zullen gezet hebben | zullen gezet hebben | zullen gezet hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gezet | zou hebben gezet | zou hebben gezet | zouden hebben gezet | zouden hebben gezet | zouden hebben gezet |
| Imperatief | - | zet | - | - | zet | - |
