Übersetzungen für wonen

Suchbegriff:

wonen

  hat 2 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 13 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

wonen (aktie, verblijfplaats)

Französisch wonen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

habitation (n) [f.] (aktie)

habiter (v) (verblijfplaats)

demeurer (v) (verblijfplaats)

résider (v) (verblijfplaats)

Italienisch wonen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

abitare (v) (verblijfplaats)

abitazione (n) [f.] (aktie)

dimorare (v) (verblijfplaats)

risiedere (v) (verblijfplaats)

vivere (v) (verblijfplaats)

Englisch wonen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

habitation (n) (aktie)

live (v) (verblijfplaats)

reside (formal) (v) (verblijfplaats)

dwell (literature) (v) (verblijfplaats)

Deutsch wonen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Bewohnen (n) [n.] (aktie)

wohnen (v) (verblijfplaats)

leben (v) (verblijfplaats)

Spanisch wonen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

habitación (n) [f.] (aktie)

habitar (v) (verblijfplaats)

residir (v) (verblijfplaats)

vivir (v) (verblijfplaats)

Schwedisch wonen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

beboende (n) [n.] (aktie)

bo (v) (verblijfplaats)

vara bosatt (v) (verblijfplaats)

Portugiesisch wonen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

habitação (n) [f.] (aktie)

moradia (n) [f.] (aktie)

habitar (v) (verblijfplaats)

morar (v) (verblijfplaats)

     

Verbformen von wonen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord wonend und gewoond
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens woon woont woont wonen wonen wonen
Imperfect woonde woonde woonde woonden woonden woonden
Toekomende tijd I zal wonen zult wonen zal wonen zullen wonen zullen wonen zullen wonen
Conditionalis I zou wonen zou wonen zou wonen zouden wonen zouden wonen zouden wonen
Perfectum heb gewoond hebt gewoond heeft gewoond hebben gewoond hebben gewoond hebben gewoond
Voltooid verleden tijd had gewoond had gewoond had gewoond hadden gewoond hadden gewoond hadden gewoond
Toekomende tijd II zal gewoond hebben zult gewoond hebben zal gewoond hebben zullen gewoond hebben zullen gewoond hebben zullen gewoond hebben
Conditionalis II zou hebben gewoond zou hebben gewoond zou hebben gewoond zouden hebben gewoond zouden hebben gewoond zouden hebben gewoond
Imperatief - woon - - woont -
wonen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - wonen übersetzen