Übersetzungen für winkelen

Suchbegriff:

winkelen

  hat Eine Bedeutung

Niederländisch Niederländisch

winkelen (algemeen)

Französisch winkelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

faire des achats (v) (algemeen)

Italienisch winkelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

fare acquisti (v) (algemeen)

fare compere (v) (algemeen)

fare spese (v) (algemeen)

Englisch winkelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

shop (v) (algemeen)

Deutsch winkelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

einkaufen (v) (algemeen)

Spanisch winkelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

hacer compras (v) (algemeen)

ir de compras (v) (algemeen)

Schwedisch winkelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

handla (v) (algemeen)

göra inköp (v) (algemeen)

Portugiesisch winkelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

fazer compras (v) (algemeen)

     

Verbformen von winkelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord winkelend und gewinkeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens winkel winkelt winkelt winkelen winkelen winkelen
Imperfect winkelde winkelde winkelde winkelden winkelden winkelden
Toekomende tijd I zal winkelen zult winkelen zal winkelen zullen winkelen zullen winkelen zullen winkelen
Conditionalis I zou winkelen zou winkelen zou winkelen zouden winkelen zouden winkelen zouden winkelen
Perfectum heb gewinkeld hebt gewinkeld heeft gewinkeld hebben gewinkeld hebben gewinkeld hebben gewinkeld
Voltooid verleden tijd had gewinkeld had gewinkeld had gewinkeld hadden gewinkeld hadden gewinkeld hadden gewinkeld
Toekomende tijd II zal gewinkeld hebben zult gewinkeld hebben zal gewinkeld hebben zullen gewinkeld hebben zullen gewinkeld hebben zullen gewinkeld hebben
Conditionalis II zou hebben gewinkeld zou hebben gewinkeld zou hebben gewinkeld zouden hebben gewinkeld zouden hebben gewinkeld zouden hebben gewinkeld
Imperatief - winkel - - winkelt -
winkelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - winkelen übersetzen