Übersetzungen für wedden

Suchbegriff:

wedden

  hat 2 Bedeutungen

Niederländisch Niederländisch

wedden (gokken, toekomst)

Französisch wedden Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

parier (v) (gokken)

parier (v) (toekomst)

parier sur (v) (gokken)

parier sur (v) (toekomst)

pari (n) [m.] (gokken)

miser (v) (gokken)

miser (v) (toekomst)

Italienisch wedden Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

puntare su (v) (gokken)

puntare su (v) (toekomst)

scommessa (n) [f.] (gokken)

scommettere (n) [m.] (gokken)

scommettere (v) [m.] (gokken)

scommettere (v) [m.] (toekomst)

scommettere su (v) (gokken)

scommettere su (v) (toekomst)

Englisch wedden Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

betting (n) (gokken)

wagering (formal) (n) (gokken)

bet (v) (gokken)

wager (formal) (v) (gokken)

bet (informal) (v) (toekomst)

Deutsch wedden Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Wetten (n) [n.] (gokken)

wetten (v) (gokken)

wetten (v) (toekomst)

Spanisch wedden Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

apostar (v) [m.] (gokken)

apostar (v) [m.] (toekomst)

apostar (n) [m.] (gokken)

apostar a (v) (gokken)

apostar a (v) (toekomst)

Schwedisch wedden Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

satsa på (v) (gokken)

satsa på (v) (toekomst)

slå vad (v) (gokken)

slå vad (v) (toekomst)

Portugiesisch wedden Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

arriscar (v) (gokken)

arriscar (v) (toekomst)

aposta (n) [f.] (gokken)

apostar (v) (gokken)

apostar (v) (toekomst)

     

Verbformen von wedden

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord weddend und gewed
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens wed wedt wedt wedden wedden wedden
Imperfect wedde wedde wedde wedden wedden wedden
Toekomende tijd I zal wedden zult wedden zal wedden zullen wedden zullen wedden zullen wedden
Conditionalis I zou wedden zou wedden zou wedden zouden wedden zouden wedden zouden wedden
Perfectum heb gewed hebt gewed heeft gewed hebben gewed hebben gewed hebben gewed
Voltooid verleden tijd had gewed had gewed had gewed hadden gewed hadden gewed hadden gewed
Toekomende tijd II zal gewed hebben zult gewed hebben zal gewed hebben zullen gewed hebben zullen gewed hebben zullen gewed hebben
Conditionalis II zou hebben gewed zou hebben gewed zou hebben gewed zouden hebben gewed zouden hebben gewed zouden hebben gewed
Imperatief - wed - - wedt -
wedden - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - wedden übersetzen