Übersetzungen für wantrouwen
wantrouwen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 20 SynonymeNiederländisch Niederländisch
wantrouwen (verdenken, gevoelens, twijfel)
Französisch
wantrouwen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
refuser de croire (v) (verdenken)
douter
(v)
(verdenken)
méfiance
(n)
[f.]
(gevoelens)
suspicion
(n)
[f.]
(gevoelens)
soupçon
(n)
[m.]
(gevoelens)
se méfier de (v) (twijfel)
se défier de (v) (twijfel)
Italienisch
wantrouwen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
diffidare
(v)
(twijfel)
diffidare di (v) (twijfel)
diffidenza
(n)
[f.]
(gevoelens)
non avere fiducia in (v) (twijfel)
non credere (v) (verdenken)
non fidarsi di (v) (twijfel)
non prestar credito a (v) (verdenken)
sfiducia
(n)
[f.]
(gevoelens)
sospetto
(n)
[m.]
(gevoelens)
Englisch
wantrouwen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
distrust
(n)
(gevoelens)
mistrust
(n)
(gevoelens)
suspicion
(n)
(gevoelens)
distrust
(v)
(twijfel)
suspect
(v)
(twijfel)
mistrust
(v)
(twijfel)
be suspicious of (v) (twijfel)
discredit
(v)
(verdenken)
disbelieve
(v)
(verdenken)
give no credit to (v) (verdenken)
Deutsch
wantrouwen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Misstrauen (n) [n.] (gevoelens)
Argwohn (n) [m.] (gevoelens)
misstrauen (v) (twijfel)
nicht trauen (v) (twijfel)
nicht glauben (v) (verdenken)
anzweifeln (v) (verdenken)
bezweifeln (v) (verdenken)
Spanisch
wantrouwen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
desconfianza
(n)
[f.]
(gevoelens)
desconfiar (v) (twijfel)
dudar de (v) (verdenken)
no dar crédito a (v) (verdenken)
recelar
(v)
(twijfel)
recelar de (v) (twijfel)
recelo
(n)
[m.]
(gevoelens)
sospecha (n) [f.] (gevoelens)
sospechar (v) (twijfel)
Schwedisch
wantrouwen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
wantrouwen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
desacreditar (v) (verdenken)
não acreditar (v) (verdenken)
não dar crédito a (v) (verdenken)
desconfiança (n) [f.] (gevoelens)
descrédito (n) [m.] (gevoelens)
suspeita (n) [f.] (gevoelens)
desconfiar (v) (twijfel)
suspeitar (v) (twijfel)
ter suspeitas de (v) (twijfel)
Verbformen von wantrouwen
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | wantrouwend | und | gewantrouwd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | wantrouw | wantrouwt | wantrouwt | wantrouwen | wantrouwen | wantrouwen |
| Imperfect | wantrouwde | wantrouwde | wantrouwde | wantrouwden | wantrouwden | wantrouwden |
| Toekomende tijd I | zal wantrouwen | zult wantrouwen | zal wantrouwen | zullen wantrouwen | zullen wantrouwen | zullen wantrouwen |
| Conditionalis I | zou wantrouwen | zou wantrouwen | zou wantrouwen | zouden wantrouwen | zouden wantrouwen | zouden wantrouwen |
| Perfectum | heb gewantrouwd | hebt gewantrouwd | heeft gewantrouwd | hebben gewantrouwd | hebben gewantrouwd | hebben gewantrouwd |
| Voltooid verleden tijd | had gewantrouwd | had gewantrouwd | had gewantrouwd | hadden gewantrouwd | hadden gewantrouwd | hadden gewantrouwd |
| Toekomende tijd II | zal gewantrouwd hebben | zult gewantrouwd hebben | zal gewantrouwd hebben | zullen gewantrouwd hebben | zullen gewantrouwd hebben | zullen gewantrouwd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gewantrouwd | zou hebben gewantrouwd | zou hebben gewantrouwd | zouden hebben gewantrouwd | zouden hebben gewantrouwd | zouden hebben gewantrouwd |
| Imperatief | - | wantrouw | - | - | wantrouwt | - |
