Übersetzungen für wankelen

Suchbegriff:

wankelen

  hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

wankelen (beweging, algemeen, wandelen, voorwerpen)

Französisch wankelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

balancer (v) (beweging)

varier (v) (algemeen)

varier (v) (wandelen)

varier (v) (beweging)

varier (v) (voorwerpen)

basculer (v) (voorwerpen)

basculer (v) (algemeen)

basculer (v) (wandelen)

basculer (v) (beweging)

chanceler (v) (voorwerpen)

chanceler (v) (algemeen)

chanceler (v) (wandelen)

chanceler (v) (beweging)

vaciller (v) (algemeen)

vaciller (v) (wandelen)

vaciller (v) (beweging)

vaciller (v) (voorwerpen)

se tortiller (v) (beweging)

fluctuer (v) (algemeen)

fluctuer (v) (wandelen)

fluctuer (v) (beweging)

fluctuer (v) (voorwerpen)

osciller (v) (algemeen)

osciller (v) (wandelen)

osciller (v) (beweging)

osciller (v) (voorwerpen)

tituber (v) (algemeen)

tituber (v) (wandelen)

se remuer en ondulant (v) (beweging)

bringuebaler (v) (beweging)

Italienisch wankelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

agitarsi (v) (beweging)

barcollare (v) (algemeen)

barcollare (v) (wandelen)

barcollare (v) (beweging)

barcollare (v) (voorwerpen)

dimenarsi (v) (beweging)

fluttuare (v) [m.] (algemeen)

fluttuare (v) [m.] (wandelen)

fluttuare (v) [m.] (beweging)

fluttuare (v) [m.] (voorwerpen)

incespicare (v) (algemeen)

incespicare (v) (wandelen)

incespicare (v) (beweging)

incespicare (v) (voorwerpen)

inciampare (v) (algemeen)

inciampare (v) (wandelen)

inciampare (v) (beweging)

inciampare (v) (voorwerpen)

muoversi (v) (beweging)

traballare (v) (beweging)

traballare (v) (algemeen)

traballare (v) (wandelen)

traballare (v) (voorwerpen)

vacillare (v) (algemeen)

vacillare (v) (wandelen)

vacillare (v) (beweging)

vacillare (v) (voorwerpen)

variare (v) (algemeen)

variare (v) (wandelen)

variare (v) (beweging)

variare (v) (voorwerpen)

Englisch wankelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

teeter (v) (algemeen)

reel (v) (wandelen)

stagger (v) (wandelen)

totter (v) (wandelen)

falter (v) (wandelen)

stumble (v) (wandelen)

wobble (v) (beweging)

overbalance (v) (voorwerpen)

topple (v) (voorwerpen)

totter (v) (voorwerpen)

Deutsch wankelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

schwanken (v) (algemeen)

wanken (v) (algemeen)

taumeln (v) (algemeen)

taumeln (v) (wandelen)

torkeln (v) (wandelen)

wanken (v) (wandelen)

schwanken (v) (wandelen)

wackeln (v) (beweging)

schwanken (v) (beweging)

schwanken (v) (voorwerpen)

beinahe umfallen (v) (voorwerpen)

Spanisch wankelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

fluctuar (v) (algemeen)

fluctuar (v) (wandelen)

fluctuar (v) (beweging)

fluctuar (v) (voorwerpen)

menear (v) (beweging)

tambalear (v) (algemeen)

tambalear (v) (wandelen)

tambalearse (v) (voorwerpen)

tambalearse (v) (algemeen)

tambalearse (v) (wandelen)

tambalearse (v) (beweging)

titubear (v) (algemeen)

titubear (v) (wandelen)

titubear (v) (beweging)

titubear (v) (voorwerpen)

vacilar (v) (algemeen)

vacilar (v) (wandelen)

vacilar (v) (beweging)

vacilar (v) (voorwerpen)

variar (v) (algemeen)

variar (v) (wandelen)

variar (v) (beweging)

variar (v) (voorwerpen)

Schwedisch wankelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

mista balansen (v) (algemeen)

mista balansen (v) (wandelen)

mista balansen (v) (beweging)

mista balansen (v) (voorwerpen)

vackla (v) (algemeen)

vackla (v) (wandelen)

vackla (v) (beweging)

vackla (v) (voorwerpen)

variera (v) (algemeen)

variera (v) (wandelen)

variera (v) (beweging)

variera (v) (voorwerpen)

vicka (v) (beweging)

fluktuera (v) (algemeen)

fluktuera (v) (wandelen)

fluktuera (v) (beweging)

fluktuera (v) (voorwerpen)

vingla (v) (algemeen)

vingla (v) (wandelen)

vingla (v) (beweging)

vingla (v) (voorwerpen)

stappla (v) (algemeen)

stappla (v) (wandelen)

stappla (v) (beweging)

stappla (v) (voorwerpen)

ragla (v) (algemeen)

ragla (v) (wandelen)

ragla (v) (beweging)

ragla (v) (voorwerpen)

raggla (v) (algemeen)

raggla (v) (wandelen)

raggla (v) (beweging)

raggla (v) (voorwerpen)

kränga (v) (algemeen)

kränga (v) (wandelen)

kränga (v) (beweging)

kränga (v) (voorwerpen)

Portugiesisch wankelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

variar (v) (algemeen)

variar (v) (wandelen)

variar (v) (beweging)

variar (v) (voorwerpen)

balançar (v) (algemeen)

balançar (v) (wandelen)

balançar (v) (beweging)

balançar (v) (voorwerpen)

perder o equilíbrio (v) (algemeen)

perder o equilíbrio (v) (wandelen)

perder o equilíbrio (v) (beweging)

perder o equilíbrio (v) (voorwerpen)

desequilibrar-se (v) (algemeen)

desequilibrar-se (v) (wandelen)

desequilibrar-se (v) (beweging)

desequilibrar-se (v) (voorwerpen)

oscilar (v) (algemeen)

oscilar (v) (wandelen)

oscilar (v) (beweging)

oscilar (v) (voorwerpen)

flutuar (v) (algemeen)

flutuar (v) (wandelen)

flutuar (v) (beweging)

flutuar (v) (voorwerpen)

bordejar (v) (algemeen)

bordejar (v) (wandelen)

vacilar (v) (algemeen)

vacilar (v) (wandelen)

vacilar (v) (beweging)

vacilar (v) (voorwerpen)

titubear (v) (algemeen)

titubear (v) (wandelen)

titubear (v) (beweging)

titubear (v) (voorwerpen)

cambalear (v) (algemeen)

cambalear (v) (wandelen)

cambalear (v) (beweging)

cambalear (v) (voorwerpen)

cambar (v) (algemeen)

cambar (v) (wandelen)

menear (v) (beweging)

     

Verbformen von wankelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord wankelend und gewankeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens wankel wankelt wankelt wankelen wankelen wankelen
Imperfect wankelde wankelde wankelde wankelden wankelden wankelden
Toekomende tijd I zal wankelen zult wankelen zal wankelen zullen wankelen zullen wankelen zullen wankelen
Conditionalis I zou wankelen zou wankelen zou wankelen zouden wankelen zouden wankelen zouden wankelen
Perfectum heb gewankeld hebt gewankeld heeft gewankeld hebben gewankeld hebben gewankeld hebben gewankeld
Voltooid verleden tijd had gewankeld had gewankeld had gewankeld hadden gewankeld hadden gewankeld hadden gewankeld
Toekomende tijd II zal gewankeld hebben zult gewankeld hebben zal gewankeld hebben zullen gewankeld hebben zullen gewankeld hebben zullen gewankeld hebben
Conditionalis II zou hebben gewankeld zou hebben gewankeld zou hebben gewankeld zouden hebben gewankeld zouden hebben gewankeld zouden hebben gewankeld
Imperatief - wankel - - wankelt -
wankelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - wankelen übersetzen