Übersetzungen für wandelen

Suchbegriff:

wandelen

  hat 2 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 27 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

wandelen (vermaak, aktie)

Französisch wandelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

flâner (v) (vermaak)

se balader (v) (vermaak)

se promener (v) (vermaak)

Italienisch wandelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

andare a zonzo (v) (vermaak)

bighellonare (v) [m.] (vermaak)

camminare (n) [m.] (aktie)

gironzolare (v) (vermaak)

passeggiare (v) (vermaak)

Englisch wandelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

walking (n) (aktie)

stroll (v) (vermaak)

walk (v) (vermaak)

Deutsch wandelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Wandern (n) [n.] (aktie)

schlendern (v) (vermaak)

spazieren gehen (v) (vermaak)

Spanisch wandelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

amblar (v) (vermaak)

ambular (v) (vermaak)

andar (n) [m.] (aktie)

andar muy despacio (v) (vermaak)

dar un paseo (v) (vermaak)

dar una vuelta por (v) (vermaak)

pasearse (v) (vermaak)

Schwedisch wandelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

lunka (v) (vermaak)

släntra (v) (vermaak)

gå i sakta mak (v) (vermaak)

ströva (v) (vermaak)

promenera (v) (vermaak)

spatsera (v) (vermaak)

flanera (v) (vermaak)

gående (n) [n.] (aktie)

Portugiesisch wandelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

perambular (v) (vermaak)

dar uma volta (v) (vermaak)

vaguear (v) (vermaak)

andar (n) [m.] (aktie)

caminhar (v) (vermaak)

passear (v) (vermaak)

     

Verbformen von wandelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord wandelend und gewandeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens wandel wandelt wandelt wandelen wandelen wandelen
Imperfect wandelde wandelde wandelde wandelden wandelden wandelden
Toekomende tijd I zal wandelen zult wandelen zal wandelen zullen wandelen zullen wandelen zullen wandelen
Conditionalis I zou wandelen zou wandelen zou wandelen zouden wandelen zouden wandelen zouden wandelen
Perfectum heb gewandeld hebt gewandeld heeft gewandeld hebben gewandeld hebben gewandeld hebben gewandeld
Voltooid verleden tijd had gewandeld had gewandeld had gewandeld hadden gewandeld hadden gewandeld hadden gewandeld
Toekomende tijd II zal gewandeld hebben zult gewandeld hebben zal gewandeld hebben zullen gewandeld hebben zullen gewandeld hebben zullen gewandeld hebben
Conditionalis II zou hebben gewandeld zou hebben gewandeld zou hebben gewandeld zouden hebben gewandeld zouden hebben gewandeld zouden hebben gewandeld
Imperatief - wandel - - wandelt -
wandelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - wandelen übersetzen