Übersetzungen für vooruitbetalen
vooruitbetalen
hat 2 BedeutungenNiederländisch Niederländisch
vooruitbetalen (geld, betaling)
Französisch
vooruitbetalen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
avancer
(v)
(geld)
payer une avance (v) (geld)
payer d'avance (v) (betaling)
faire une avance de (v) (geld)
Italienisch
vooruitbetalen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
anticipare
(v)
(geld)
effettuare un pagamento anticipato (v) (geld)
pagare in anticipo (v) (betaling)
pagare in anticipo (v) (geld)
Englisch
vooruitbetalen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
prepay (v) (betaling)
pay in advance (v) (betaling)
pay upfront (v) (betaling)
pay up front (v) (betaling)
advance
(v)
(geld)
pay in advance (v) (geld)
Deutsch
vooruitbetalen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
vooruitbetalen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
adelantar (v) (geld)
avanzar (v) (geld)
pagar por adelantado (v) (geld)
pagar por adelantado (v) (betaling)
Schwedisch
vooruitbetalen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
förskottera (v) (geld)
betala i förskott (v) (betaling)
betala i förskott (v) (geld)
försträcka (v) (geld)
Portugiesisch
vooruitbetalen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
adiantar (v) (geld)
pagar adiantado (v) (betaling)
pagar adiantado (v) (geld)
pagar antecipadamente (v) (betaling)
Verbformen von vooruitbetalen
| - | vooruit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | vooruitbetalend | und | vooruitbetaald |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | betaal vooruit | betaalt vooruit | betaalt vooruit | betalen vooruit | betalen vooruit | betalen vooruit |
| Imperfect | betaalde vooruit | betaalde vooruit | betaalde vooruit | betaalden vooruit | betaalden vooruit | betaalden vooruit |
| Toekomende tijd I | zal vooruitbetalen | zult vooruitbetalen | zal vooruitbetalen | zullen vooruitbetalen | zullen vooruitbetalen | zullen vooruitbetalen |
| Conditionalis I | zou vooruitbetalen | zou vooruitbetalen | zou vooruitbetalen | zouden vooruitbetalen | zouden vooruitbetalen | zouden vooruitbetalen |
| Perfectum | heb vooruitbetaald | hebt vooruitbetaald | heeft vooruitbetaald | hebben vooruitbetaald | hebben vooruitbetaald | hebben vooruitbetaald |
| Voltooid verleden tijd | had vooruitbetaald | had vooruitbetaald | had vooruitbetaald | hadden vooruitbetaald | hadden vooruitbetaald | hadden vooruitbetaald |
| Toekomende tijd II | zal vooruitbetaald hebben | zult vooruitbetaald hebben | zal vooruitbetaald hebben | zullen vooruitbetaald hebben | zullen vooruitbetaald hebben | zullen vooruitbetaald hebben |
| Conditionalis II | zou hebben vooruitbetaald | zou hebben vooruitbetaald | zou hebben vooruitbetaald | zouden hebben vooruitbetaald | zouden hebben vooruitbetaald | zouden hebben vooruitbetaald |
| Imperatief | - | betaal vooruit | - | - | betaalt vooruit | - |
