Übersetzungen für voorspreken
Niederländisch Niederländisch
voorspreken
Französisch
Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von voorspreken
| - | voor | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | voorsprekend | und | voorgesproken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | spreek voor | spreekt voor | spreekt voor | spreken voor | spreken voor | spreken voor |
| Imperfect | sprak voor | sprak voor | sprak voor | spraken voor | spraken voor | spraken voor |
| Toekomende tijd I | zal voorspreken | zult voorspreken | zal voorspreken | zullen voorspreken | zullen voorspreken | zullen voorspreken |
| Conditionalis I | zou voorspreken | zou voorspreken | zou voorspreken | zouden voorspreken | zouden voorspreken | zouden voorspreken |
| Perfectum | heb voorgesproken | hebt voorgesproken | heeft voorgesproken | hebben voorgesproken | hebben voorgesproken | hebben voorgesproken |
| Voltooid verleden tijd | had voorgesproken | had voorgesproken | had voorgesproken | hadden voorgesproken | hadden voorgesproken | hadden voorgesproken |
| Toekomende tijd II | zal voorgesproken hebben | zult voorgesproken hebben | zal voorgesproken hebben | zullen voorgesproken hebben | zullen voorgesproken hebben | zullen voorgesproken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben voorgesproken | zou hebben voorgesproken | zou hebben voorgesproken | zouden hebben voorgesproken | zouden hebben voorgesproken | zouden hebben voorgesproken |
| Imperatief | - | spreek voor | - | - | spreekt voor | - |
voorspreken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - voorspreken übersetzen
