Übersetzungen für voorschieten
voorschieten
hat Eine Bedeutung, eine Synonymgruppe & 2 SynonymeNiederländisch Niederländisch
voorschieten (geld)
Französisch
voorschieten Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
voorschieten Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
voorschieten Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
advance
(v)
(geld)
pay in advance (v) (geld)
Deutsch
voorschieten Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
vorstrecken (v) (geld)
im Voraus bezahlen (v) (geld)
Spanisch
voorschieten Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
voorschieten Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
voorschieten Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
adiantar (v) (geld)
pagar adiantado (v) (geld)
Verbformen von voorschieten
| - | voor | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | voorschietend | und | voorgeschoten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | schiet voor | schiet voor | schiet voor | schieten voor | schieten voor | schieten voor |
| Imperfect | schoot voor | schoot voor | schoot voor | schoten voor | schoten voor | schoten voor |
| Toekomende tijd I | zal voorschieten | zult voorschieten | zal voorschieten | zullen voorschieten | zullen voorschieten | zullen voorschieten |
| Conditionalis I | zou voorschieten | zou voorschieten | zou voorschieten | zouden voorschieten | zouden voorschieten | zouden voorschieten |
| Perfectum | heb voorgeschoten | hebt voorgeschoten | heeft voorgeschoten | hebben voorgeschoten | hebben voorgeschoten | hebben voorgeschoten |
| Voltooid verleden tijd | had voorgeschoten | had voorgeschoten | had voorgeschoten | hadden voorgeschoten | hadden voorgeschoten | hadden voorgeschoten |
| Toekomende tijd II | zal voorgeschoten hebben | zult voorgeschoten hebben | zal voorgeschoten hebben | zullen voorgeschoten hebben | zullen voorgeschoten hebben | zullen voorgeschoten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben voorgeschoten | zou hebben voorgeschoten | zou hebben voorgeschoten | zouden hebben voorgeschoten | zouden hebben voorgeschoten | zouden hebben voorgeschoten |
| Imperatief | - | schiet voor | - | - | schiet voor | - |
