Übersetzungen für voorkomen

Suchbegriff:

voorkomen

  hat 12 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

voorkomen (algemeen, poging, verhinderen, preventie, aanblik, fysiek, naam, gebeurtenis, voorwerpen, bestaan, aanwezigheid, ongeval)

Französisch voorkomen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

empêcher (v) (algemeen)

empêcher (v) (poging)

empêcher (v) (verhinderen)

prévoir (v) (algemeen)

prévoir (v) (poging)

prévoir (v) (verhinderen)

prévoir (v) (preventie)

apparence (n) [f.] (aanblik)

apparence (n) [f.] (fysiek)

apparence (n) [f.] (algemeen)

apparaître (v) (naam)

arriver (v) (gebeurtenis)

arriver (v) (voorwerpen)

arriver (v) (bestaan)

arriver à (v) (gebeurtenis)

aspect (n) [m.] (aanblik)

anticiper (v) (algemeen)

anticiper (v) (poging)

anticiper (v) (verhinderen)

anticiper (v) (preventie)

être présent (v) (gebeurtenis)

être présent (v) (voorwerpen)

être présent (v) (bestaan)

existence (n) [f.] (aanwezigheid)

existence (n) [f.] (algemeen)

éviter (v) (ongeval)

déjouer (v) (poging)

déjouer (v) (algemeen)

déjouer (v) (verhinderen)

extérieur (n) [m.] (fysiek)

exclure (v) (preventie)

exclure (v) (verhinderen)

incidence (n) [f.] (algemeen)

incidence (n) [f.] (aanwezigheid)

pouvoir (v) [m.] (algemeen)

pouvoir (v) [m.] (poging)

pouvoir (v) [m.] (verhinderen)

se trouver (v) (bestaan)

se trouver (v) (gebeurtenis)

se trouver (v) (voorwerpen)

se situer (v) (gebeurtenis)

exister (v) (bestaan)

exister (v) (gebeurtenis)

exister (v) (voorwerpen)

survenir (v) (gebeurtenis)

survenir (v) (voorwerpen)

survenir (v) (bestaan)

se produire (v) (gebeurtenis)

se produire (v) (voorwerpen)

se produire (v) (bestaan)

avoir lieu (v) (gebeurtenis)

avoir lieu (v) (voorwerpen)

avoir lieu (v) (bestaan)

figurer (v) (naam)

advenir (v) (gebeurtenis)

prévenir (v) (algemeen)

prévenir (v) (poging)

prévenir (v) (verhinderen)

prévenir (v) (preventie)

Italienisch voorkomen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

accadere (v) (gebeurtenis)

accadere (v) (voorwerpen)

accadere (v) (bestaan)

anticipare (v) (preventie)

anticipare (v) (verhinderen)

anticipare (v) (algemeen)

anticipare (v) (poging)

apparenza (n) [f.] (fysiek)

apparenza (n) [f.] (algemeen)

apparenza (n) [f.] (aanblik)

aspetto (n) [m.] (aanblik)

aver luogo (v) (gebeurtenis)

avvenire (v) [m.] (gebeurtenis)

avvenire (v) [m.] (voorwerpen)

avvenire (v) [m.] (bestaan)

capitare (v) (gebeurtenis)

capitare (v) (voorwerpen)

capitare (v) (bestaan)

collocarsi (v) (gebeurtenis)

esistenza (n) [f.] (algemeen)

esistenza (n) [f.] (aanwezigheid)

esistere (v) (bestaan)

esistere (v) (gebeurtenis)

esistere (v) (voorwerpen)

esserci (v) (bestaan)

esserci (v) (gebeurtenis)

esserci (v) (voorwerpen)

essere presente (v) (gebeurtenis)

essere presente (v) (voorwerpen)

essere presente (v) (bestaan)

essere successo a (v) (gebeurtenis)

evitare (v) [m.] (ongeval)

fare (v) (algemeen)

fare (v) (poging)

fare (v) (verhinderen)

figurare (v) (naam)

frustrare (v) (poging)

frustrare (v) (algemeen)

frustrare (v) (verhinderen)

guisa (n) [f.] (algemeen)

impedire (v) (algemeen)

impedire (v) (poging)

impedire (v) (verhinderen)

incidenza (n) [f.] (algemeen)

incidenza (n) [f.] (aanwezigheid)

precludere (v) (preventie)

precludere (v) (verhinderen)

prevedere (v) (preventie)

prevedere (v) (verhinderen)

prevedere (v) (algemeen)

prevedere (v) (poging)

prevenire (v) (preventie)

prevenire (v) (verhinderen)

prevenire (v) (algemeen)

prevenire (v) (poging)

risultare (v) (naam)

sembianza (n) [f.] (algemeen)

situarsi (v) (gebeurtenis)

succedere (v) (gebeurtenis)

succedere (v) (voorwerpen)

succedere (v) (bestaan)

sventare (v) (poging)

sventare (v) (algemeen)

sventare (v) (verhinderen)

trovarsi (v) (bestaan)

trovarsi (v) (gebeurtenis)

trovarsi (v) (voorwerpen)

Englisch voorkomen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

guise (formal) (n) (algemeen)

incidence (n) (algemeen)

occurrence (n) (aanwezigheid)

existence (n) (aanwezigheid)

appearance (n) (fysiek)

exterior (n) (fysiek)

aspect (n) (aanblik)

appearance (n) (aanblik)

visage (literature) (n) (aanblik)

hinder (v) (algemeen)

prevent (v) (algemeen)

preclude (formal) (v) (preventie)

appear (v) (naam)

be listed (v) (naam)

figure (v) (naam)

avert (v) (ongeval)

ward off (v) (ongeval)

prevent (v) (ongeval)

foil (v) (poging)

occur (v) (gebeurtenis)

happen (v) (gebeurtenis)

be present (v) (voorwerpen)

anticipate (v) (verhinderen)

forestall (v) (verhinderen)

exist (v) (bestaan)

occur (v) (bestaan)

be present (v) (bestaan)

Deutsch voorkomen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Gestalt (n) [f.] (algemeen)

Vorkommen (n) [n.] (algemeen)

Vorkommen (n) [n.] (aanwezigheid)

Auftreten (n) [n.] (aanwezigheid)

Äußere (n) [n.] (fysiek)

Anschein (n) [m.] (aanblik)

Aussehen (n) [n.] (aanblik)

verhindern (v) (algemeen)

zuvorkommen (v) (preventie)

stehen (v) (naam)

erscheinen (v) (naam)

vermeiden (v) (ongeval)

vereiteln (v) (poging)

verhindern (v) (poging)

vorkommen (v) (gebeurtenis)

vorfallen (v) (gebeurtenis)

geschehen (v) (gebeurtenis)

stattfinden (v) (gebeurtenis)

vorkommen (v) (voorwerpen)

zuvorkommen (v) (verhinderen)

verhindern (v) (verhinderen)

existieren (v) (bestaan)

vorkommen (v) (bestaan)

Spanisch voorkomen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

acontecer (v) (gebeurtenis)

acontecer (v) (voorwerpen)

acontecer (v) (bestaan)

adelantar (v) (algemeen)

adelantar (v) (poging)

adelantar (v) (verhinderen)

adelantar (v) (preventie)

anticipar (v) (algemeen)

anticipar (v) (poging)

anticipar (v) (verhinderen)

anticipar (v) (preventie)

aparecer (v) (naam)

apariencia (n) [f.] (aanblik)

apariencia (n) [f.] (fysiek)

apariencia (n) [f.] (algemeen)

aspecto (n) [m.] (aanblik)

celebrarse (v) (gebeurtenis)

encontrarse (v) (bestaan)

encontrarse (v) (gebeurtenis)

encontrarse (v) (voorwerpen)

estar presente (v) (bestaan)

estar presente (v) (gebeurtenis)

estar presente (v) (voorwerpen)

evitar (v) (algemeen)

evitar (v) (poging)

evitar (v) (verhinderen)

evitar (v) (ongeval)

evitar (v) (preventie)

existencia (n) [f.] (aanwezigheid)

existencia (n) [f.] (algemeen)

existir (v) (bestaan)

existir (v) (gebeurtenis)

existir (v) (voorwerpen)

figurar (v) (naam)

frustrar (v) (poging)

frustrar (v) (algemeen)

frustrar (v) (verhinderen)

hacer fracasar (v) (poging)

hacer fracasar (v) (algemeen)

hacer fracasar (v) (verhinderen)

impedir (v) (algemeen)

impedir (v) (poging)

impedir (v) (verhinderen)

impedir (v) (preventie)

incidencia (n) [f.] (algemeen)

incidencia (n) [f.] (aanwezigheid)

llevarse a cabo (v) (gebeurtenis)

ocurrir (v) (gebeurtenis)

ocurrir (v) (voorwerpen)

ocurrir (v) (bestaan)

pasar a (v) (gebeurtenis)

prevenir (v) (algemeen)

prevenir (v) (poging)

prevenir (v) (verhinderen)

prevenir (v) (ongeval)

prevenir (v) (preventie)

producirse (v) (gebeurtenis)

suceder (v) (gebeurtenis)

suceder (v) (voorwerpen)

suceder (v) (bestaan)

Schwedisch voorkomen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

avvärja (v) (ongeval)

hjälpa (v) (algemeen)

hjälpa (v) (poging)

hjälpa (v) (verhinderen)

utseende (n) [n.] (algemeen)

utseende (n) [n.] (fysiek)

utseende (n) [n.] (aanblik)

yttre (n) [n.] (algemeen)

yttre (n) [n.] (fysiek)

yttre (n) [n.] (aanblik)

föregripa (v) (algemeen)

föregripa (v) (preventie)

föregripa (v) (poging)

föregripa (v) (verhinderen)

uppträda (v) (naam)

existera (v) (gebeurtenis)

existera (v) (voorwerpen)

existera (v) (bestaan)

inträffa (v) (gebeurtenis)

inträffa (v) (voorwerpen)

inträffa (v) (bestaan)

hända (v) (gebeurtenis)

hända (v) (voorwerpen)

hända (v) (bestaan)

kullkasta (v) (algemeen)

kullkasta (v) (poging)

kullkasta (v) (verhinderen)

ske (v) (gebeurtenis)

ske (v) (voorwerpen)

ske (v) (bestaan)

drabba (v) (gebeurtenis)

förekomma (v) (algemeen)

förekomma (v) (preventie)

förekomma (v) (naam)

förekomma (v) (poging)

förekomma (v) (gebeurtenis)

förekomma (v) (voorwerpen)

förekomma (v) (verhinderen)

förekomma (v) (bestaan)

finnas (v) (gebeurtenis)

finnas (v) (voorwerpen)

finnas (v) (bestaan)

äga rum (v) (gebeurtenis)

omintetgöra (v) (algemeen)

omintetgöra (v) (poging)

omintetgöra (v) (verhinderen)

förhindra (v) (algemeen)

förhindra (v) (ongeval)

förhindra (v) (poging)

förhindra (v) (verhinderen)

avstyra (v) (ongeval)

förebygga (v) (preventie)

förebygga (v) (verhinderen)

Portugiesisch voorkomen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

impedir (v) (algemeen)

impedir (v) (poging)

impedir (v) (verhinderen)

evitar (v) (algemeen)

evitar (v) (poging)

evitar (v) (verhinderen)

evitar (v) (ongeval)

evitar (v) (preventie)

aparência (n) [f.] (fysiek)

aparência (n) [f.] (algemeen)

aparência (n) [f.] (aanblik)

aspecto (n) [m.] (algemeen)

aspecto (n) [m.] (fysiek)

aspecto (n) [m.] (aanblik)

semblante (n) [m.] (algemeen)

semblante (n) [m.] (aanblik)

antecipar (v) (preventie)

antecipar (v) (verhinderen)

antecipar (v) (algemeen)

antecipar (v) (poging)

prever (v) (preventie)

prever (v) (verhinderen)

prever (v) (algemeen)

prever (v) (poging)

estar presente (v) (gebeurtenis)

estar presente (v) (voorwerpen)

estar presente (v) (bestaan)

ocorrer (v) (gebeurtenis)

ocorrer (v) (voorwerpen)

ocorrer (v) (bestaan)

aparecer (v) (naam)

ocorrência (n) [f.] (algemeen)

ocorrência (n) [f.] (aanwezigheid)

existência (n) [f.] (algemeen)

existência (n) [f.] (aanwezigheid)

realizar (v) (gebeurtenis)

constar de (v) (naam)

existir (v) [m.] (bestaan)

existir (v) [m.] (gebeurtenis)

existir (v) [m.] (voorwerpen)

acontecer (v) (gebeurtenis)

acontecer (v) (voorwerpen)

acontecer (v) (bestaan)

figurar (v) (naam)

frustrar (v) (poging)

frustrar (v) (algemeen)

frustrar (v) (verhinderen)

acontecer com (v) (gebeurtenis)

prevenir (v) (preventie)

prevenir (v) (verhinderen)

prevenir (v) (ongeval)

prevenir (v) (algemeen)

prevenir (v) (poging)

suceder (v) (gebeurtenis)

ter lugar (v) (gebeurtenis)

incidência (n) [f.] (algemeen)

incidência (n) [f.] (aanwezigheid)

     

Verbformen von voorkomen

irr. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord voorkomend und voorkomen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens voorkom voorkomt voorkomt voorkomen voorkomen voorkomen
Imperfect voorkwam voorkwam voorkwam voorkwamen voorkwamen voorkwamen
Toekomende tijd I zal voorkomen zult voorkomen zal voorkomen zullen voorkomen zullen voorkomen zullen voorkomen
Conditionalis I zou voorkomen zou voorkomen zou voorkomen zouden voorkomen zouden voorkomen zouden voorkomen
Perfectum heb voorkomen hebt voorkomen heeft voorkomen hebben voorkomen hebben voorkomen hebben voorkomen
Voltooid verleden tijd had voorkomen had voorkomen had voorkomen hadden voorkomen hadden voorkomen hadden voorkomen
Toekomende tijd II zal voorkomen hebben zult voorkomen hebben zal voorkomen hebben zullen voorkomen hebben zullen voorkomen hebben zullen voorkomen hebben
Conditionalis II zou hebben voorkomen zou hebben voorkomen zou hebben voorkomen zouden hebben voorkomen zouden hebben voorkomen zouden hebben voorkomen
Imperatief - voorkom - - voorkomt -
voorkomen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - voorkomen übersetzen