Übersetzungen für voorbijsnellen
voorbijsnellen
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
voorbijsnellen (tijd)
Französisch
voorbijsnellen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
filer à toute allure (v) (tijd)
passer comme un éclair (v) (tijd)
Italienisch
voorbijsnellen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
volare
(v)
(tijd)
Englisch
voorbijsnellen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
voorbijsnellen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
vorbeifliegen (v) (tijd)
Spanisch
voorbijsnellen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
pasar volando (v) (tijd)
Schwedisch
voorbijsnellen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
flyga iväg (v) (tijd)
Portugiesisch
voorbijsnellen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von voorbijsnellen
| - | voorbij | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | voorbijsnellend | und | voorbijgesneld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | snel voorbij | snelt voorbij | snelt voorbij | snellen voorbij | snellen voorbij | snellen voorbij |
| Imperfect | snelde voorbij | snelde voorbij | snelde voorbij | snelden voorbij | snelden voorbij | snelden voorbij |
| Toekomende tijd I | zal voorbijsnellen | zult voorbijsnellen | zal voorbijsnellen | zullen voorbijsnellen | zullen voorbijsnellen | zullen voorbijsnellen |
| Conditionalis I | zou voorbijsnellen | zou voorbijsnellen | zou voorbijsnellen | zouden voorbijsnellen | zouden voorbijsnellen | zouden voorbijsnellen |
| Perfectum | heb voorbijgesneld | hebt voorbijgesneld | heeft voorbijgesneld | hebben voorbijgesneld | hebben voorbijgesneld | hebben voorbijgesneld |
| Voltooid verleden tijd | had voorbijgesneld | had voorbijgesneld | had voorbijgesneld | hadden voorbijgesneld | hadden voorbijgesneld | hadden voorbijgesneld |
| Toekomende tijd II | zal voorbijgesneld hebben | zult voorbijgesneld hebben | zal voorbijgesneld hebben | zullen voorbijgesneld hebben | zullen voorbijgesneld hebben | zullen voorbijgesneld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben voorbijgesneld | zou hebben voorbijgesneld | zou hebben voorbijgesneld | zouden hebben voorbijgesneld | zouden hebben voorbijgesneld | zouden hebben voorbijgesneld |
| Imperatief | - | snel voorbij | - | - | snelt voorbij | - |
