Übersetzungen für voorbestemmen
voorbestemmen
hat 3 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 12 SynonymeNiederländisch Niederländisch
voorbestemmen (lot, veroordelen, algemeen)
Französisch
voorbestemmen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
décréter
(v)
(lot)
prédestiner
(v)
(lot)
prédestiner
(v)
(veroordelen)
prédestiner
(v)
(algemeen)
condamner
(v)
(lot)
condamner
(v)
(veroordelen)
prédéterminer
(v)
(algemeen)
Italienisch
voorbestemmen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
condannare
(v)
(veroordelen)
condannare
(v)
(lot)
destinare
(v)
(lot)
predestinare
(v)
(algemeen)
predestinare
(v)
(lot)
predestinare
(v)
(veroordelen)
predeterminare
(v)
(algemeen)
preordinare (v) (algemeen)
Englisch
voorbestemmen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
foreordain (v) (algemeen)
preordain
(v)
(algemeen)
ordain
(v)
(lot)
predestine
(formal) (v)
(lot)
doom
(v)
(veroordelen)
predestine
(formal) (v)
(veroordelen)
predestinate (formal) (v) (veroordelen)
Deutsch
voorbestemmen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
vorherbestimmen (v) (algemeen)
bestimmen (v) (lot)
prädestinieren (v) (lot)
verurteilen (v) (veroordelen)
prädestinieren (v) (veroordelen)
Spanisch
voorbestemmen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
condenar (v) (lot)
condenar (v) (veroordelen)
destinar
(v)
(lot)
predestinar
(v)
(lot)
predestinar
(v)
(veroordelen)
predestinar
(v)
(algemeen)
predeterminar (v) (algemeen)
Schwedisch
voorbestemmen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
döma (v) (lot)
döma (v) (veroordelen)
föreskriva (v) (lot)
bestämma (v) (lot)
predestinera (v) (lot)
predestinera (v) (veroordelen)
förutbestämma (v) (algemeen)
förutbestämma (v) (lot)
förutbestämma (v) (veroordelen)
Portugiesisch
voorbestemmen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
predestinar (v) (algemeen)
predestinar (v) (lot)
predestinar (v) (veroordelen)
destinar (v) (lot)
destinar (v) (veroordelen)
fadar (v) (algemeen)
fadar (v) (veroordelen)
fadar (v) (lot)
predeterminar (v) (algemeen)
preordenar (v) (algemeen)
Verbformen von voorbestemmen
| - | voor | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | voorbestemmend | und | voorbestemd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bestem voor | bestemt voor | bestemt voor | bestemmen voor | bestemmen voor | bestemmen voor |
| Imperfect | bestemde voor | bestemde voor | bestemde voor | bestemden voor | bestemden voor | bestemden voor |
| Toekomende tijd I | zal voorbestemmen | zult voorbestemmen | zal voorbestemmen | zullen voorbestemmen | zullen voorbestemmen | zullen voorbestemmen |
| Conditionalis I | zou voorbestemmen | zou voorbestemmen | zou voorbestemmen | zouden voorbestemmen | zouden voorbestemmen | zouden voorbestemmen |
| Perfectum | heb voorbestemd | hebt voorbestemd | heeft voorbestemd | hebben voorbestemd | hebben voorbestemd | hebben voorbestemd |
| Voltooid verleden tijd | had voorbestemd | had voorbestemd | had voorbestemd | hadden voorbestemd | hadden voorbestemd | hadden voorbestemd |
| Toekomende tijd II | zal voorbestemd hebben | zult voorbestemd hebben | zal voorbestemd hebben | zullen voorbestemd hebben | zullen voorbestemd hebben | zullen voorbestemd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben voorbestemd | zou hebben voorbestemd | zou hebben voorbestemd | zouden hebben voorbestemd | zouden hebben voorbestemd | zouden hebben voorbestemd |
| Imperatief | - | bestem voor | - | - | bestemt voor | - |
