Übersetzungen für vertrekken
vertrekken
hat 5 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
vertrekken (reizen, plaats, vertrek, aktie, pijn)
Französisch
vertrekken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
partir
(v)
(reizen)
partir
(v)
(plaats)
partir
(v)
(vertrek)
s'en aller (v) (reizen)
s'en aller (v) (plaats)
s'en aller (v) (vertrek)
quitter
(v)
(reizen)
quitter
(v)
(plaats)
départ
(n)
[m.]
(aktie)
Italienisch
vertrekken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
vertrekken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
leaving
(n)
(aktie)
departure
(n)
(aktie)
go
(v)
(vertrek)
leave
(v)
(vertrek)
move on (v) (vertrek)
get along
(v)
(vertrek)
get going (v) (vertrek)
wince
(v)
(pijn)
start off (v) (reizen)
start out (v) (reizen)
depart
(v)
(plaats)
leave
(v)
(plaats)
go away (v) (plaats)
move off (v) (plaats)
go off
(v)
(plaats)
take off
(informal) (v)
(plaats)
Deutsch
vertrekken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Verlassen (n) [n.] (aktie)
gehen (v) (vertrek)
weggehen (v) (vertrek)
aufbrechen (v) (vertrek)
sich zusammenkrampfen (v) (pijn)
sich krümmen (v) (pijn)
abfahren (v) (reizen)
abreisen (v) (plaats)
abfahren (v) (plaats)
sich davonmachen (v) (plaats)
Spanisch
vertrekken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
vertrekken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
vertrekken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
partir (v) (vertrek)
partir (v) (reizen)
partir (v) (plaats)
ir-se (v) (plaats)
ir-se (v) (reizen)
ir embora (v) (plaats)
ir embora (v) (reizen)
deixar um lugar (v) (plaats)
deixar um lugar (v) (reizen)
se mandar (v) (reizen)
se mandar (v) (plaats)
saída (n) [f.] (aktie)
partida (n) [f.] (aktie)
seguir (v) (vertrek)
ir (v) (vertrek)
pôr-se a caminho (v) (vertrek)
Verbformen von vertrekken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | vertrekkend | und | vertrokken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vertrek | vertrekt | vertrekt | vertrekken | vertrekken | vertrekken |
| Imperfect | vertrok | vertrok | vertrok | vertrokken | vertrokken | vertrokken |
| Toekomende tijd I | zal vertrekken | zult vertrekken | zal vertrekken | zullen vertrekken | zullen vertrekken | zullen vertrekken |
| Conditionalis I | zou vertrekken | zou vertrekken | zou vertrekken | zouden vertrekken | zouden vertrekken | zouden vertrekken |
| Perfectum | heb vertrokken | hebt vertrokken | heeft vertrokken | hebben vertrokken | hebben vertrokken | hebben vertrokken |
| Voltooid verleden tijd | had vertrokken | had vertrokken | had vertrokken | hadden vertrokken | hadden vertrokken | hadden vertrokken |
| Toekomende tijd II | zal vertrokken hebben | zult vertrokken hebben | zal vertrokken hebben | zullen vertrokken hebben | zullen vertrokken hebben | zullen vertrokken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben vertrokken | zou hebben vertrokken | zou hebben vertrokken | zouden hebben vertrokken | zouden hebben vertrokken | zouden hebben vertrokken |
| Imperatief | - | vertrek | - | - | vertrekt | - |
