Übersetzungen für verplaatsen
verplaatsen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
verplaatsen (beweging, geneeskunde, personen - voorwerpen)
Französisch
verplaatsen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
faire bouger (v) (beweging)
déplacer
(v)
(beweging)
déplacer
(v)
(geneeskunde)
mouvoir
(v)
(beweging)
transférer
(v)
(personen - voorwerpen)
Italienisch
verplaatsen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
muovere
(v)
(beweging)
smuovere
(v)
(beweging)
spostare
(v)
(beweging)
trasferire
(v)
(personen - voorwerpen)
Englisch
verplaatsen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
verplaatsen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
versetzen (v) (personen - voorwerpen)
bewegen (v) (beweging)
verrücken (v) (beweging)
verschieben (v) (beweging)
verschieben (v) (geneeskunde)
Spanisch
verplaatsen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
desplazar
(v)
(beweging)
mover (v) (beweging)
mover (v) (geneeskunde)
sacar de su sitio (v) (beweging)
sacar de su sitio (v) (geneeskunde)
trasladar
(v)
(personen - voorwerpen)
Schwedisch
verplaatsen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
verplaatsen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
transferir (v) (personen - voorwerpen)
mover (v) (beweging)
mover (v) (geneeskunde)
deslocar (v) (beweging)
trocar de lugar (v) (beweging)
destroncar (v) (beweging)
destroncar (v) (geneeskunde)
Verbformen von verplaatsen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | verplaatsend | und | verplaatst |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | verplaats | verplaatst | verplaatst | verplaatsen | verplaatsen | verplaatsen |
| Imperfect | verplaatste | verplaatste | verplaatste | verplaatsten | verplaatsten | verplaatsten |
| Toekomende tijd I | zal verplaatsen | zult verplaatsen | zal verplaatsen | zullen verplaatsen | zullen verplaatsen | zullen verplaatsen |
| Conditionalis I | zou verplaatsen | zou verplaatsen | zou verplaatsen | zouden verplaatsen | zouden verplaatsen | zouden verplaatsen |
| Perfectum | heb verplaatst | hebt verplaatst | heeft verplaatst | hebben verplaatst | hebben verplaatst | hebben verplaatst |
| Voltooid verleden tijd | had verplaatst | had verplaatst | had verplaatst | hadden verplaatst | hadden verplaatst | hadden verplaatst |
| Toekomende tijd II | zal verplaatst hebben | zult verplaatst hebben | zal verplaatst hebben | zullen verplaatst hebben | zullen verplaatst hebben | zullen verplaatst hebben |
| Conditionalis II | zou hebben verplaatst | zou hebben verplaatst | zou hebben verplaatst | zouden hebben verplaatst | zouden hebben verplaatst | zouden hebben verplaatst |
| Imperatief | - | verplaats | - | - | verplaatst | - |
