Übersetzungen für verpersoonlijken
verpersoonlijken
hat 2 BedeutungenNiederländisch Niederländisch
verpersoonlijken (belichamen, algemeen)
Französisch
verpersoonlijken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
personnifier
(v)
(belichamen)
personnifier
(v)
(algemeen)
incarner
(v)
(belichamen)
incarner
(v)
(algemeen)
Italienisch
verpersoonlijken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
impersonare
(v)
(algemeen)
impersonare
(v)
(belichamen)
incarnare
(v)
(algemeen)
incarnare
(v)
(belichamen)
personificare
(v)
(algemeen)
personificare
(v)
(belichamen)
simboleggiare
(v)
(algemeen)
simboleggiare
(v)
(belichamen)
Englisch
verpersoonlijken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
personify
(v)
(algemeen)
personalize
(v)
(algemeen)
epitomize
(v)
(belichamen)
embody
(v)
(belichamen)
Deutsch
verpersoonlijken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
verpersoonlijken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
compendiar (v) (belichamen)
compendiar (v) (algemeen)
personificar
(v)
(belichamen)
personificar
(v)
(algemeen)
representar (v) (belichamen)
representar (v) (algemeen)
Schwedisch
verpersoonlijken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
representera (v) (algemeen)
representera (v) (belichamen)
stå som symbol för (v) (algemeen)
stå som symbol för (v) (belichamen)
personifiera (v) (algemeen)
personifiera (v) (belichamen)
förkroppsliga (v) (algemeen)
förkroppsliga (v) (belichamen)
Portugiesisch
verpersoonlijken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
representar (v) (algemeen)
representar (v) (belichamen)
incorporar (v) (algemeen)
incorporar (v) (belichamen)
encarnar (v) (algemeen)
encarnar (v) (belichamen)
personificar (v) (algemeen)
personificar (v) (belichamen)
Verbformen von verpersoonlijken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | verpersoonlijkend | und | verpersoonlijkt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | verpersoonlijk | verpersoonlijkt | verpersoonlijkt | verpersoonlijken | verpersoonlijken | verpersoonlijken |
| Imperfect | verpersoonlijkte | verpersoonlijkte | verpersoonlijkte | verpersoonlijkten | verpersoonlijkten | verpersoonlijkten |
| Toekomende tijd I | zal verpersoonlijken | zult verpersoonlijken | zal verpersoonlijken | zullen verpersoonlijken | zullen verpersoonlijken | zullen verpersoonlijken |
| Conditionalis I | zou verpersoonlijken | zou verpersoonlijken | zou verpersoonlijken | zouden verpersoonlijken | zouden verpersoonlijken | zouden verpersoonlijken |
| Perfectum | heb verpersoonlijkt | hebt verpersoonlijkt | heeft verpersoonlijkt | hebben verpersoonlijkt | hebben verpersoonlijkt | hebben verpersoonlijkt |
| Voltooid verleden tijd | had verpersoonlijkt | had verpersoonlijkt | had verpersoonlijkt | hadden verpersoonlijkt | hadden verpersoonlijkt | hadden verpersoonlijkt |
| Toekomende tijd II | zal verpersoonlijkt hebben | zult verpersoonlijkt hebben | zal verpersoonlijkt hebben | zullen verpersoonlijkt hebben | zullen verpersoonlijkt hebben | zullen verpersoonlijkt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben verpersoonlijkt | zou hebben verpersoonlijkt | zou hebben verpersoonlijkt | zouden hebben verpersoonlijkt | zouden hebben verpersoonlijkt | zouden hebben verpersoonlijkt |
| Imperatief | - | verpersoonlijk | - | - | verpersoonlijkt | - |
