Übersetzungen für verordonneren
verordonneren
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
verordonneren (rechten)
Französisch
verordonneren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
verordonneren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
verordonneren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
verordonneren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
verordonneren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
verordonneren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
förordna (v) (rechten)
Portugiesisch
verordonneren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
decretar (v) (rechten)
Verbformen von verordonneren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | verordonnerend | und | verordonneerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | verordonneer | verordonneert | verordonneert | verordonneren | verordonneren | verordonneren |
| Imperfect | verordonneerde | verordonneerde | verordonneerde | verordonneerden | verordonneerden | verordonneerden |
| Toekomende tijd I | zal verordonneren | zult verordonneren | zal verordonneren | zullen verordonneren | zullen verordonneren | zullen verordonneren |
| Conditionalis I | zou verordonneren | zou verordonneren | zou verordonneren | zouden verordonneren | zouden verordonneren | zouden verordonneren |
| Perfectum | heb verordonneerd | hebt verordonneerd | heeft verordonneerd | hebben verordonneerd | hebben verordonneerd | hebben verordonneerd |
| Voltooid verleden tijd | had verordonneerd | had verordonneerd | had verordonneerd | hadden verordonneerd | hadden verordonneerd | hadden verordonneerd |
| Toekomende tijd II | zal verordonneerd hebben | zult verordonneerd hebben | zal verordonneerd hebben | zullen verordonneerd hebben | zullen verordonneerd hebben | zullen verordonneerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben verordonneerd | zou hebben verordonneerd | zou hebben verordonneerd | zouden hebben verordonneerd | zouden hebben verordonneerd | zouden hebben verordonneerd |
| Imperatief | - | verordonneer | - | - | verordonneert | - |
