Übersetzungen für verongelijken

Niederländisch Niederländisch

verongelijken

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von verongelijken

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord verongelijkend und verongelijkt
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens verongelijk verongelijkt verongelijkt verongelijken verongelijken verongelijken
Imperfect verongelijkte verongelijkte verongelijkte verongelijkten verongelijkten verongelijkten
Toekomende tijd I zal verongelijken zult verongelijken zal verongelijken zullen verongelijken zullen verongelijken zullen verongelijken
Conditionalis I zou verongelijken zou verongelijken zou verongelijken zouden verongelijken zouden verongelijken zouden verongelijken
Perfectum heb verongelijkt hebt verongelijkt heeft verongelijkt hebben verongelijkt hebben verongelijkt hebben verongelijkt
Voltooid verleden tijd had verongelijkt had verongelijkt had verongelijkt hadden verongelijkt hadden verongelijkt hadden verongelijkt
Toekomende tijd II zal verongelijkt hebben zult verongelijkt hebben zal verongelijkt hebben zullen verongelijkt hebben zullen verongelijkt hebben zullen verongelijkt hebben
Conditionalis II zou hebben verongelijkt zou hebben verongelijkt zou hebben verongelijkt zouden hebben verongelijkt zouden hebben verongelijkt zouden hebben verongelijkt
Imperatief - verongelijk - - verongelijkt -
verongelijken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - verongelijken übersetzen