Übersetzungen für vermeerderen
vermeerderen
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 SynonymeNiederländisch Niederländisch
vermeerderen (bedrag, verhogen, versterken, algemeen)
Französisch
vermeerderen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
relever
(v)
(bedrag)
relever
(v)
(verhogen)
relever
(v)
(versterken)
augmenter
(v)
(bedrag)
augmenter
(v)
(verhogen)
augmenter
(v)
(versterken)
augmenter
(v)
(algemeen)
accroître
(v)
(bedrag)
accroître
(v)
(verhogen)
accroître
(v)
(versterken)
accroître
(v)
(algemeen)
perfectionner
(v)
(algemeen)
parfaire
(v)
(algemeen)
élargir
(v)
(algemeen)
agrandir
(v)
(bedrag)
agrandir
(v)
(verhogen)
agrandir
(v)
(versterken)
agrandir
(v)
(algemeen)
amplifier
(v)
(algemeen)
amplifier
(v)
(versterken)
renforcer
(v)
(algemeen)
renforcer
(v)
(versterken)
redoubler
(v)
(algemeen)
redoubler
(v)
(versterken)
améliorer
(v)
(algemeen)
faire mieux (v) (algemeen)
Italienisch
vermeerderen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
accrescere
(v)
(algemeen)
accrescere
(v)
(bedrag)
accrescere
(v)
(verhogen)
accrescere
(v)
(versterken)
allargare
(v)
(algemeen)
allargare
(v)
(versterken)
ampliare
(v)
(algemeen)
ampliare
(v)
(versterken)
aumentare
(v)
(algemeen)
aumentare
(v)
(bedrag)
aumentare
(v)
(verhogen)
aumentare
(v)
(versterken)
estendere
(v)
(algemeen)
ingrandire
(v)
(algemeen)
ingrandire
(v)
(verhogen)
ingrandire
(v)
(bedrag)
ingrandire
(v)
(versterken)
intensificare
(v)
(bedrag)
intensificare
(v)
(verhogen)
intensificare
(v)
(versterken)
intensificare
(v)
(algemeen)
migliorare
(v)
(algemeen)
moltiplicare
(v)
(verhogen)
moltiplicare
(v)
(bedrag)
moltiplicare
(v)
(versterken)
perfezionare
(v)
(algemeen)
raddoppiare
(v)
(algemeen)
raddoppiare
(v)
(versterken)
rialzare
(v)
(bedrag)
rialzare
(v)
(verhogen)
rialzare
(v)
(versterken)
rinforzare
(v)
(algemeen)
rinforzare
(v)
(versterken)
Englisch
vermeerderen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
vermeerderen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
verstärken (v) (algemeen)
erweitern (v) (algemeen)
ausdehnen (v) (algemeen)
vergrößern (v) (algemeen)
verbessern (v) (algemeen)
erhöhen (v) (bedrag)
vermehren (v) (verhogen)
erhöhen (v) (verhogen)
erhöhen (v) (versterken)
verstärken (v) (versterken)
Spanisch
vermeerderen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
agrandar
(v)
(algemeen)
ampliar
(v)
(algemeen)
amplificar
(v)
(algemeen)
amplificar
(v)
(versterken)
aumentar (v) (bedrag)
aumentar (v) (verhogen)
aumentar (v) (versterken)
aumentar (v) (algemeen)
dilatar
(v)
(algemeen)
ensanchar
(v)
(algemeen)
incrementar
(v)
(bedrag)
incrementar
(v)
(verhogen)
incrementar
(v)
(versterken)
incrementar
(v)
(algemeen)
intensificar
(v)
(bedrag)
intensificar
(v)
(verhogen)
intensificar
(v)
(versterken)
intensificar
(v)
(algemeen)
mejorar (v) (algemeen)
perfeccionar
(v)
(algemeen)
realzar
(v)
(bedrag)
realzar
(v)
(verhogen)
realzar
(v)
(versterken)
realzar
(v)
(algemeen)
redoblar
(v)
(algemeen)
redoblar
(v)
(versterken)
reforzar
(v)
(algemeen)
reforzar
(v)
(versterken)
Schwedisch
vermeerderen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
höja (v) (algemeen)
höja (v) (bedrag)
höja (v) (verhogen)
höja (v) (versterken)
öka (v) (algemeen)
öka (v) (bedrag)
öka (v) (verhogen)
öka (v) (versterken)
förbättra (v) (algemeen)
fullkomna (v) (algemeen)
förstora (v) (algemeen)
förstora (v) (versterken)
utvidga (v) (algemeen)
utvidga (v) (versterken)
förstärka (v) (algemeen)
förstärka (v) (bedrag)
förstärka (v) (verhogen)
förstärka (v) (versterken)
förhöja (v) (algemeen)
förhöja (v) (bedrag)
förhöja (v) (verhogen)
förhöja (v) (versterken)
utöka (v) (bedrag)
utöka (v) (verhogen)
utöka (v) (versterken)
öka ut (v) (bedrag)
öka ut (v) (verhogen)
öka ut (v) (versterken)
öka på (v) (bedrag)
öka på (v) (verhogen)
öka på (v) (versterken)
bredda (v) (algemeen)
vidga (v) (algemeen)
fördubbla (v) (algemeen)
fördubbla (v) (versterken)
Portugiesisch
vermeerderen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
aumentar (v) (algemeen)
aumentar (v) (verhogen)
aumentar (v) (bedrag)
aumentar (v) (versterken)
intensificar (v) (algemeen)
intensificar (v) (versterken)
intensificar (v) (bedrag)
intensificar (v) (verhogen)
incrementar (v) (algemeen)
incrementar (v) (bedrag)
incrementar (v) (verhogen)
incrementar (v) (versterken)
reforçar (v) (algemeen)
reforçar (v) (versterken)
reforçar (v) (bedrag)
reforçar (v) (verhogen)
melhorar (v) (algemeen)
aprimorar (v) (algemeen)
aperfeiçoar (v) (algemeen)
ampliar (v) (algemeen)
ampliar (v) (versterken)
amplificar (v) (algemeen)
amplificar (v) (versterken)
alargar (v) (algemeen)
dilatar (v) (algemeen)
redobrar (v) (algemeen)
redobrar (v) (versterken)
tornar a dobrar (v) (algemeen)
tornar a dobrar (v) (versterken)
Verbformen von vermeerderen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | vermeerderend | und | vermeerderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vermeerder | vermeerdert | vermeerdert | vermeerderen | vermeerderen | vermeerderen |
| Imperfect | vermeerderde | vermeerderde | vermeerderde | vermeerderden | vermeerderden | vermeerderden |
| Toekomende tijd I | zal vermeerderen | zult vermeerderen | zal vermeerderen | zullen vermeerderen | zullen vermeerderen | zullen vermeerderen |
| Conditionalis I | zou vermeerderen | zou vermeerderen | zou vermeerderen | zouden vermeerderen | zouden vermeerderen | zouden vermeerderen |
| Perfectum | heb vermeerderd | hebt vermeerderd | heeft vermeerderd | hebben vermeerderd | hebben vermeerderd | hebben vermeerderd |
| Voltooid verleden tijd | had vermeerderd | had vermeerderd | had vermeerderd | hadden vermeerderd | hadden vermeerderd | hadden vermeerderd |
| Toekomende tijd II | zal vermeerderd hebben | zult vermeerderd hebben | zal vermeerderd hebben | zullen vermeerderd hebben | zullen vermeerderd hebben | zullen vermeerderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben vermeerderd | zou hebben vermeerderd | zou hebben vermeerderd | zouden hebben vermeerderd | zouden hebben vermeerderd | zouden hebben vermeerderd |
| Imperatief | - | vermeerder | - | - | vermeerdert | - |
