Übersetzungen für verlengen
verlengen
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 SynonymeNiederländisch Niederländisch
verlengen (langer maken, algemeen, bezoek, toespraak)
Französisch
verlengen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
étendre
(v)
(langer maken)
étendre
(v)
(algemeen)
étendre
(v)
(bezoek)
étendre
(v)
(toespraak)
allonger
(v)
(langer maken)
allonger
(v)
(toespraak)
allonger
(v)
(algemeen)
allonger
(v)
(bezoek)
étirer
(v)
(langer maken)
étirer
(v)
(toespraak)
étirer
(v)
(algemeen)
étirer
(v)
(bezoek)
extension
(n)
[f.]
(algemeen)
prolonger
(v)
(toespraak)
prolonger
(v)
(algemeen)
prolonger
(v)
(bezoek)
prolonger
(v)
(langer maken)
allongement
(n)
[m.]
(algemeen)
rallongement (n) [m.] (algemeen)
prolongement
(n)
[m.]
(algemeen)
Italienisch
verlengen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
allungamento
(n)
[m.]
(algemeen)
allungare
(v)
(algemeen)
allungare
(v)
(bezoek)
allungare
(v)
(toespraak)
allungare
(v)
(langer maken)
continuazione
(n)
[f.]
(algemeen)
distendere
(v)
(algemeen)
distendere
(v)
(bezoek)
distendere
(v)
(toespraak)
distendere
(v)
(langer maken)
prolungamento
(n)
[m.]
(algemeen)
prolungare
(v)
(algemeen)
prolungare
(v)
(bezoek)
prolungare
(v)
(toespraak)
prolungare
(v)
(langer maken)
protrarre (v) (algemeen)
protrarre (v) (bezoek)
protrarre (v) (toespraak)
protrarre (v) (langer maken)
stendere
(v)
(algemeen)
stendere
(v)
(bezoek)
stendere
(v)
(toespraak)
stendere
(v)
(langer maken)
tendere
(v)
(algemeen)
tendere
(v)
(bezoek)
tendere
(v)
(toespraak)
tendere
(v)
(langer maken)
tirare per le lunghe (v) (algemeen)
tirare per le lunghe (v) (bezoek)
tirare per le lunghe (v) (toespraak)
tirare per le lunghe (v) (langer maken)
Englisch
verlengen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
verlengen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Verlängerung (n) [f.] (algemeen)
verlängern (v) (algemeen)
verlängern (v) (bezoek)
verlängern (v) (toespraak)
prolongieren (v) (toespraak)
hinausziehen (v) (toespraak)
verlängern (v) (langer maken)
ausziehen (v) (langer maken)
Spanisch
verlengen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
alargamiento
(n)
[m.]
(algemeen)
alargar
(v)
(langer maken)
alargar
(v)
(toespraak)
alargar
(v)
(algemeen)
alargar
(v)
(bezoek)
continuación (n) [f.] (algemeen)
estirar
(v)
(langer maken)
estirar
(v)
(toespraak)
estirar
(v)
(algemeen)
estirar
(v)
(bezoek)
extender
(v)
(langer maken)
extender
(v)
(algemeen)
extender
(v)
(bezoek)
extender
(v)
(toespraak)
extensión (n) [f.] (algemeen)
prolongación (n) [f.] (algemeen)
prolongar (v) (toespraak)
prolongar (v) (algemeen)
prolongar (v) (bezoek)
prolongar (v) (langer maken)
Schwedisch
verlengen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
dra ut (v) (algemeen)
dra ut (v) (bezoek)
dra ut (v) (toespraak)
dra ut (v) (langer maken)
förhala (v) (algemeen)
förhala (v) (bezoek)
förhala (v) (toespraak)
förhala (v) (langer maken)
förlänga (v) (algemeen)
förlänga (v) (bezoek)
förlänga (v) (toespraak)
förlänga (v) (langer maken)
utsträcka (v) (algemeen)
utsträcka (v) (bezoek)
utsträcka (v) (toespraak)
utsträcka (v) (langer maken)
dra ut på (v) (algemeen)
dra ut på (v) (bezoek)
dra ut på (v) (toespraak)
dra ut på (v) (langer maken)
Portugiesisch
verlengen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
arrastar (v) (algemeen)
arrastar (v) (bezoek)
arrastar (v) (toespraak)
arrastar (v) (langer maken)
extensão (n) [f.] (algemeen)
estender (v) (algemeen)
estender (v) (bezoek)
estender (v) (toespraak)
estender (v) (langer maken)
prolongar (v) (algemeen)
prolongar (v) (bezoek)
prolongar (v) (toespraak)
prolongar (v) (langer maken)
alongar (v) (algemeen)
alongar (v) (bezoek)
alongar (v) (toespraak)
alongar (v) (langer maken)
continuação (n) [f.] (algemeen)
alongamento (n) [m.] (algemeen)
prolongamento (n) [m.] (algemeen)
Verbformen von verlengen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | verlengend | und | verlengd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | verleng | verlengt | verlengt | verlengen | verlengen | verlengen |
| Imperfect | verlengde | verlengde | verlengde | verlengden | verlengden | verlengden |
| Toekomende tijd I | zal verlengen | zult verlengen | zal verlengen | zullen verlengen | zullen verlengen | zullen verlengen |
| Conditionalis I | zou verlengen | zou verlengen | zou verlengen | zouden verlengen | zouden verlengen | zouden verlengen |
| Perfectum | heb verlengd | hebt verlengd | heeft verlengd | hebben verlengd | hebben verlengd | hebben verlengd |
| Voltooid verleden tijd | had verlengd | had verlengd | had verlengd | hadden verlengd | hadden verlengd | hadden verlengd |
| Toekomende tijd II | zal verlengd hebben | zult verlengd hebben | zal verlengd hebben | zullen verlengd hebben | zullen verlengd hebben | zullen verlengd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben verlengd | zou hebben verlengd | zou hebben verlengd | zouden hebben verlengd | zouden hebben verlengd | zouden hebben verlengd |
| Imperatief | - | verleng | - | - | verlengt | - |
