Übersetzungen für verhogen

Suchbegriff:

verhogen

  hat 6 Bedeutungen

Niederländisch Niederländisch

verhogen (produktie, bedrag, prijzen, vermeerderen, versterken, algemeen)

Französisch verhogen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

relever (v) (produktie)

relever (v) (bedrag)

relever (v) (prijzen)

relever (v) (vermeerderen)

relever (v) (versterken)

activer (v) (produktie)

activer (v) (bedrag)

activer (v) (prijzen)

activer (v) (vermeerderen)

activer (v) (versterken)

hausser (v) (prijzen)

hausser (v) (produktie)

hausser (v) (bedrag)

hausser (v) (vermeerderen)

hausser (v) (versterken)

augmenter (v) (prijzen)

augmenter (v) (produktie)

augmenter (v) (bedrag)

augmenter (v) (vermeerderen)

augmenter (v) (versterken)

augmenter (v) (algemeen)

promouvoir (v) (produktie)

accroître (v) (produktie)

accroître (v) (bedrag)

accroître (v) (prijzen)

accroître (v) (vermeerderen)

accroître (v) (versterken)

accroître (v) (algemeen)

élargir (v) (algemeen)

agrandir (v) (produktie)

agrandir (v) (bedrag)

agrandir (v) (prijzen)

agrandir (v) (vermeerderen)

agrandir (v) (versterken)

agrandir (v) (algemeen)

amplifier (v) (algemeen)

amplifier (v) (versterken)

accélérer (v) (produktie)

accélérer (v) (bedrag)

accélérer (v) (prijzen)

accélérer (v) (vermeerderen)

accélérer (v) (versterken)

renforcer (v) (algemeen)

renforcer (v) (versterken)

redoubler (v) (algemeen)

redoubler (v) (versterken)

Italienisch verhogen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

accelerare (v) (produktie)

accelerare (v) (bedrag)

accelerare (v) (prijzen)

accelerare (v) (vermeerderen)

accelerare (v) (versterken)

accrescere (v) (produktie)

accrescere (v) (bedrag)

accrescere (v) (prijzen)

accrescere (v) (vermeerderen)

accrescere (v) (versterken)

accrescere (v) (algemeen)

allargare (v) (algemeen)

allargare (v) (versterken)

ampliare (v) (algemeen)

ampliare (v) (versterken)

aumentare (v) (produktie)

aumentare (v) (bedrag)

aumentare (v) (prijzen)

aumentare (v) (vermeerderen)

aumentare (v) (versterken)

aumentare (v) (algemeen)

estendere (v) (algemeen)

incentivare (v) (produktie)

ingrandire (v) (algemeen)

ingrandire (v) (vermeerderen)

ingrandire (v) (produktie)

ingrandire (v) (bedrag)

ingrandire (v) (prijzen)

ingrandire (v) (versterken)

intensificare (v) (produktie)

intensificare (v) (bedrag)

intensificare (v) (prijzen)

intensificare (v) (vermeerderen)

intensificare (v) (versterken)

intensificare (v) (algemeen)

maggiorare (v) (prijzen)

maggiorare (v) (produktie)

maggiorare (v) (bedrag)

maggiorare (v) (vermeerderen)

maggiorare (v) (versterken)

moltiplicare (v) (vermeerderen)

moltiplicare (v) (produktie)

moltiplicare (v) (bedrag)

moltiplicare (v) (prijzen)

moltiplicare (v) (versterken)

raddoppiare (v) (algemeen)

raddoppiare (v) (versterken)

rialzare (v) (produktie)

rialzare (v) (bedrag)

rialzare (v) (prijzen)

rialzare (v) (vermeerderen)

rialzare (v) (versterken)

rinforzare (v) (algemeen)

rinforzare (v) (versterken)

Englisch verhogen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

amplify (v) (algemeen)

boost (v) (produktie)

speed up (v) (produktie)

raise (v) (bedrag)

increase (v) (bedrag)

boost (v) (prijzen)

drive up (v) (prijzen)

up (v) (prijzen)

put up (v) (prijzen)

increase (v) (prijzen)

increase (v) (vermeerderen)

add to (v) (vermeerderen)

enhance (v) (versterken)

intensify (v) (versterken)

make greater (v) (versterken)

heighten (v) (versterken)

augment (v) (versterken)

Deutsch verhogen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

verstärken (v) (algemeen)

erweitern (v) (algemeen)

ausdehnen (v) (algemeen)

vergrößern (v) (algemeen)

ankurbeln (v) (produktie)

erhöhen (v) (produktie)

steigern (v) (produktie)

erhöhen (v) (bedrag)

in die Höhe treiben (v) (prijzen)

erhöhen (v) (prijzen)

anheben (v) (prijzen)

aufschlagen (v) (prijzen)

vermehren (v) (vermeerderen)

erhöhen (v) (vermeerderen)

erhöhen (v) (versterken)

verstärken (v) (versterken)

Spanisch verhogen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

acelerar (v) (produktie)

acelerar (v) (bedrag)

acelerar (v) (prijzen)

acelerar (v) (vermeerderen)

acelerar (v) (versterken)

agrandar (v) (algemeen)

ampliar (v) (algemeen)

amplificar (v) (algemeen)

amplificar (v) (versterken)

aumentar (v) (prijzen)

aumentar (v) (produktie)

aumentar (v) (bedrag)

aumentar (v) (vermeerderen)

aumentar (v) (versterken)

aumentar (v) (algemeen)

dilatar (v) (algemeen)

ensanchar (v) (algemeen)

incrementar (v) (produktie)

incrementar (v) (bedrag)

incrementar (v) (prijzen)

incrementar (v) (vermeerderen)

incrementar (v) (versterken)

intensificar (v) (produktie)

intensificar (v) (bedrag)

intensificar (v) (prijzen)

intensificar (v) (vermeerderen)

intensificar (v) (versterken)

intensificar (v) (algemeen)

realzar (v) (produktie)

realzar (v) (bedrag)

realzar (v) (prijzen)

realzar (v) (vermeerderen)

realzar (v) (versterken)

realzar (v) (algemeen)

redoblar (v) (algemeen)

redoblar (v) (versterken)

reforzar (v) (algemeen)

reforzar (v) (versterken)

subir (v) (prijzen)

subir (v) (produktie)

subir (v) (bedrag)

subir (v) (vermeerderen)

subir (v) (versterken)

Schwedisch verhogen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

höja (v) (algemeen)

höja (v) (produktie)

höja (v) (bedrag)

höja (v) (prijzen)

höja (v) (vermeerderen)

höja (v) (versterken)

driva upp (v) (produktie)

driva upp (v) (bedrag)

driva upp (v) (prijzen)

driva upp (v) (vermeerderen)

driva upp (v) (versterken)

öka (v) (algemeen)

öka (v) (produktie)

öka (v) (bedrag)

öka (v) (prijzen)

öka (v) (vermeerderen)

öka (v) (versterken)

driva i höjden (v) (produktie)

driva på (v) (produktie)

driva på (v) (bedrag)

driva på (v) (prijzen)

driva på (v) (vermeerderen)

driva på (v) (versterken)

förstora (v) (algemeen)

förstora (v) (versterken)

utvidga (v) (algemeen)

utvidga (v) (versterken)

förstärka (v) (algemeen)

förstärka (v) (produktie)

förstärka (v) (bedrag)

förstärka (v) (prijzen)

förstärka (v) (vermeerderen)

förstärka (v) (versterken)

påskynda (v) (produktie)

påskynda (v) (bedrag)

påskynda (v) (prijzen)

påskynda (v) (vermeerderen)

påskynda (v) (versterken)

förhöja (v) (algemeen)

förhöja (v) (produktie)

förhöja (v) (bedrag)

förhöja (v) (prijzen)

förhöja (v) (vermeerderen)

förhöja (v) (versterken)

utöka (v) (produktie)

utöka (v) (bedrag)

utöka (v) (prijzen)

utöka (v) (vermeerderen)

utöka (v) (versterken)

öka ut (v) (produktie)

öka ut (v) (bedrag)

öka ut (v) (prijzen)

öka ut (v) (vermeerderen)

öka ut (v) (versterken)

öka på (v) (produktie)

öka på (v) (bedrag)

öka på (v) (prijzen)

öka på (v) (vermeerderen)

öka på (v) (versterken)

bredda (v) (algemeen)

vidga (v) (algemeen)

fördubbla (v) (algemeen)

fördubbla (v) (versterken)

Portugiesisch verhogen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

estimular (v) (produktie)

incentivar (v) (produktie)

aumentar (v) (algemeen)

aumentar (v) (produktie)

aumentar (v) (vermeerderen)

aumentar (v) (bedrag)

aumentar (v) (prijzen)

aumentar (v) (versterken)

subir (v) (produktie)

subir (v) (bedrag)

subir (v) (prijzen)

subir (v) (vermeerderen)

subir (v) (versterken)

encarecer (v) (prijzen)

encarecer (v) (produktie)

encarecer (v) (bedrag)

encarecer (v) (vermeerderen)

encarecer (v) (versterken)

intensificar (v) (algemeen)

intensificar (v) (versterken)

intensificar (v) (produktie)

intensificar (v) (bedrag)

intensificar (v) (prijzen)

intensificar (v) (vermeerderen)

incrementar (v) (produktie)

incrementar (v) (bedrag)

incrementar (v) (prijzen)

incrementar (v) (vermeerderen)

incrementar (v) (versterken)

reforçar (v) (algemeen)

reforçar (v) (versterken)

reforçar (v) (produktie)

reforçar (v) (bedrag)

reforçar (v) (prijzen)

reforçar (v) (vermeerderen)

ampliar (v) (algemeen)

ampliar (v) (versterken)

amplificar (v) (algemeen)

amplificar (v) (versterken)

alargar (v) (algemeen)

acelerar (v) (produktie)

acelerar (v) (bedrag)

acelerar (v) (prijzen)

acelerar (v) (vermeerderen)

acelerar (v) (versterken)

agilizar (v) (produktie)

agilizar (v) (bedrag)

agilizar (v) (prijzen)

agilizar (v) (vermeerderen)

agilizar (v) (versterken)

dilatar (v) (algemeen)

redobrar (v) (algemeen)

redobrar (v) (versterken)

tornar a dobrar (v) (algemeen)

tornar a dobrar (v) (versterken)

     

Verbformen von verhogen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord verhogend und verhoogd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens verhoog verhoogt verhoogt verhogen verhogen verhogen
Imperfect verhoogde verhoogde verhoogde verhoogden verhoogden verhoogden
Toekomende tijd I zal verhogen zult verhogen zal verhogen zullen verhogen zullen verhogen zullen verhogen
Conditionalis I zou verhogen zou verhogen zou verhogen zouden verhogen zouden verhogen zouden verhogen
Perfectum heb verhoogd hebt verhoogd heeft verhoogd hebben verhoogd hebben verhoogd hebben verhoogd
Voltooid verleden tijd had verhoogd had verhoogd had verhoogd hadden verhoogd hadden verhoogd hadden verhoogd
Toekomende tijd II zal verhoogd hebben zult verhoogd hebben zal verhoogd hebben zullen verhoogd hebben zullen verhoogd hebben zullen verhoogd hebben
Conditionalis II zou hebben verhoogd zou hebben verhoogd zou hebben verhoogd zouden hebben verhoogd zouden hebben verhoogd zouden hebben verhoogd
Imperatief - verhoog - - verhoogt -
verhogen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - verhogen übersetzen