Übersetzungen für vergemakkelijken

Suchbegriff:

vergemakkelijken

  hat Eine Bedeutung

Niederländisch Niederländisch

vergemakkelijken (makkelijker maken)

Französisch vergemakkelijken Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

simplifier (v) (makkelijker maken)

faciliter (v) (makkelijker maken)

Italienisch vergemakkelijken Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

facilitare (v) (makkelijker maken)

semplificare (v) (makkelijker maken)

Englisch vergemakkelijken Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

facilitate (v) (makkelijker maken)

ease (v) (makkelijker maken)

make easier (v) (makkelijker maken)

Deutsch vergemakkelijken Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

erleichtern (v) (makkelijker maken)

vereinfachen (v) (makkelijker maken)

Spanisch vergemakkelijken Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

facilitar (v) (makkelijker maken)

simplificar (v) (makkelijker maken)

Schwedisch vergemakkelijken Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

förenkla (v) (makkelijker maken)

underlätta (v) (makkelijker maken)

Portugiesisch vergemakkelijken Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

facilitar (v) (makkelijker maken)

simplificar (v) (makkelijker maken)

tornar fácil (v) (makkelijker maken)

     

Verbformen von vergemakkelijken

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord vergemakkelijkend und vergemakkelijkt
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens vergemakkelijk vergemakkelijkt vergemakkelijkt vergemakkelijken vergemakkelijken vergemakkelijken
Imperfect vergemakkelijkte vergemakkelijkte vergemakkelijkte vergemakkelijkten vergemakkelijkten vergemakkelijkten
Toekomende tijd I zal vergemakkelijken zult vergemakkelijken zal vergemakkelijken zullen vergemakkelijken zullen vergemakkelijken zullen vergemakkelijken
Conditionalis I zou vergemakkelijken zou vergemakkelijken zou vergemakkelijken zouden vergemakkelijken zouden vergemakkelijken zouden vergemakkelijken
Perfectum heb vergemakkelijkt hebt vergemakkelijkt heeft vergemakkelijkt hebben vergemakkelijkt hebben vergemakkelijkt hebben vergemakkelijkt
Voltooid verleden tijd had vergemakkelijkt had vergemakkelijkt had vergemakkelijkt hadden vergemakkelijkt hadden vergemakkelijkt hadden vergemakkelijkt
Toekomende tijd II zal vergemakkelijkt hebben zult vergemakkelijkt hebben zal vergemakkelijkt hebben zullen vergemakkelijkt hebben zullen vergemakkelijkt hebben zullen vergemakkelijkt hebben
Conditionalis II zou hebben vergemakkelijkt zou hebben vergemakkelijkt zou hebben vergemakkelijkt zouden hebben vergemakkelijkt zouden hebben vergemakkelijkt zouden hebben vergemakkelijkt
Imperatief - vergemakkelijk - - vergemakkelijkt -
vergemakkelijken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - vergemakkelijken übersetzen