Übersetzungen für verflauwen
verflauwen
hat 3 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 8 SynonymeNiederländisch Niederländisch
verflauwen (hoop, wegkwijnen, effect)
Französisch
verflauwen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
décroître
(v)
(hoop)
se languir (v) (wegkwijnen)
dépérir
(v)
(wegkwijnen)
s'affaiblir
(v)
(wegkwijnen)
s'affaiblir
(v)
(hoop)
s'évanouir
(v)
(hoop)
s'atténuer
(v)
(effect)
disparaître graduellement (v) (hoop)
Italienisch
verflauwen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
affievolirsi (v) (wegkwijnen)
indebolirsi
(v)
(wegkwijnen)
languire
(v)
(wegkwijnen)
perdere efficacia (v) (effect)
scomparire
(v)
(hoop)
svanire
(v)
(hoop)
Englisch
verflauwen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
fade
(v)
(hoop)
decrease
(v)
(hoop)
wear off
(v)
(effect)
droop
(v)
(wegkwijnen)
languish
(v)
(wegkwijnen)
become weakened (v) (wegkwijnen)
lose vitality (v) (wegkwijnen)
loose strength (v) (wegkwijnen)
Deutsch
verflauwen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
schwinden (v) (hoop)
zerrinnen (v) (hoop)
nachlassen (v) (effect)
Kräfte verlieren (v) (wegkwijnen)
schwach werden (v) (wegkwijnen)
ermatten (v) (wegkwijnen)
Spanisch
verflauwen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
decaer
(v)
(wegkwijnen)
desvanecerse
(v)
(hoop)
disiparse
(v)
(effect)
flaquear
(v)
(wegkwijnen)
languidecer (v) (wegkwijnen)
marchitarse
(v)
(wegkwijnen)
Schwedisch
verflauwen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
minska (v) (effect)
avta (v) (effect)
försvinna (v) (hoop)
tyna bort (v) (wegkwijnen)
avmattas (v) (wegkwijnen)
falla ihop (v) (wegkwijnen)
bli kraftlös (v) (wegkwijnen)
dö bort (v) (hoop)
Portugiesisch
verflauwen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
diminuir (v) (hoop)
diminuir (v) (effect)
enfraquecer (v) (effect)
passar (v) (effect)
debilitar-se (v) (wegkwijnen)
esmorecer (v) (wegkwijnen)
ficar fraco (v) (wegkwijnen)
perder vitalidade (v) (wegkwijnen)
perder força (v) (wegkwijnen)
esvair-se (v) (hoop)
Verbformen von verflauwen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | verflauwend | und | verflauwd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | verflauw | verflauwt | verflauwt | verflauwen | verflauwen | verflauwen |
| Imperfect | verflauwde | verflauwde | verflauwde | verflauwden | verflauwden | verflauwden |
| Toekomende tijd I | zal verflauwen | zult verflauwen | zal verflauwen | zullen verflauwen | zullen verflauwen | zullen verflauwen |
| Conditionalis I | zou verflauwen | zou verflauwen | zou verflauwen | zouden verflauwen | zouden verflauwen | zouden verflauwen |
| Perfectum | ben verflauwd | bent verflauwd | is verflauwd | zijn verflauwd | zijn verflauwd | zijn verflauwd |
| Voltooid verleden tijd | was verflauwd | was verflauwd | was verflauwd | waren verflauwd | waren verflauwd | waren verflauwd |
| Toekomende tijd II | zal verflauwd zijn | zult verflauwd zijn | zal verflauwd zijn | zullen verflauwd zijn | zullen verflauwd zijn | zullen verflauwd zijn |
| Conditionalis II | zou zijn verflauwd | zou zijn verflauwd | zou zijn verflauwd | zouden zijn verflauwd | zouden zijn verflauwd | zouden zijn verflauwd |
| Imperatief | - | verflauw | - | - | verflauwt | - |
