Übersetzungen für vastspijkeren

Suchbegriff:

vastspijkeren

  hat 2 Bedeutungen

Niederländisch Niederländisch

vastspijkeren (technisch, timmerwerk)

Französisch vastspijkeren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

clouer (v) (technisch)

clouer (v) (timmerwerk)

Italienisch vastspijkeren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

inchiodare (v) (timmerwerk)

inchiodare (v) (technisch)

Englisch vastspijkeren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

spike (v) (timmerwerk)

nail down (v) (technisch)

Deutsch vastspijkeren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

mit großen Nägeln befestigen (v) (timmerwerk)

zunageln (v) (technisch)

festnageln (v) (technisch)

Spanisch vastspijkeren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

clavar (v) (technisch)

clavar (v) (timmerwerk)

Schwedisch vastspijkeren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

spika fast (v) (technisch)

fastspika (v) (technisch)

spika (v) (timmerwerk)

Portugiesisch vastspijkeren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

cravar (v) (timmerwerk)

pregar (v) (timmerwerk)

pregar (v) (technisch)

     

Verbformen von vastspijkeren

- vast
Tegenwoordig en verleden deelwoord vastspijkerend und vastgespijkerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens spijker vast spijkert vast spijkert vast spijkeren vast spijkeren vast spijkeren vast
Imperfect spijkerde vast spijkerde vast spijkerde vast spijkerden vast spijkerden vast spijkerden vast
Toekomende tijd I zal vastspijkeren zult vastspijkeren zal vastspijkeren zullen vastspijkeren zullen vastspijkeren zullen vastspijkeren
Conditionalis I zou vastspijkeren zou vastspijkeren zou vastspijkeren zouden vastspijkeren zouden vastspijkeren zouden vastspijkeren
Perfectum heb vastgespijkerd hebt vastgespijkerd heeft vastgespijkerd hebben vastgespijkerd hebben vastgespijkerd hebben vastgespijkerd
Voltooid verleden tijd had vastgespijkerd had vastgespijkerd had vastgespijkerd hadden vastgespijkerd hadden vastgespijkerd hadden vastgespijkerd
Toekomende tijd II zal vastgespijkerd hebben zult vastgespijkerd hebben zal vastgespijkerd hebben zullen vastgespijkerd hebben zullen vastgespijkerd hebben zullen vastgespijkerd hebben
Conditionalis II zou hebben vastgespijkerd zou hebben vastgespijkerd zou hebben vastgespijkerd zouden hebben vastgespijkerd zouden hebben vastgespijkerd zouden hebben vastgespijkerd
Imperatief - spijker vast - - spijkert vast -
vastspijkeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - vastspijkeren übersetzen