Übersetzungen für vastlopen
vastlopen
hat 2 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 SynonymeNiederländisch Niederländisch
vastlopen (schip, onderhandeling)
Französisch
vastlopen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
échouer
(v)
(schip)
s'échouer
(v)
(schip)
faire naufrage (v) (schip)
aboutir à une impasse (v) (onderhandeling)
arriver au point mort (v) (onderhandeling)
Italienisch
vastlopen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
arenarsi
(v)
(schip)
arrivare a un punto morto (v) (onderhandeling)
arrivare a una situazione senza uscita (v) (onderhandeling)
finire in un vicolo cieco (v) (onderhandeling)
incagliarsi
(v)
(schip)
Englisch
vastlopen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
come to a deadlock (v) (onderhandeling)
reach a deadlock (v) (onderhandeling)
come to a standstill (v) (onderhandeling)
get stranded (v) (schip)
run aground (v) (schip)
Deutsch
vastlopen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
festfahren (v) (onderhandeling)
sich festfahren (v) (onderhandeling)
in eine Sackgasse geraten (v) (onderhandeling)
stranden (v) (schip)
festlaufen (v) (schip)
Spanisch
vastlopen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
enbarrancar (v) (schip)
encallar
(v)
(schip)
estancarse (v) (onderhandeling)
estar paralizado (v) (onderhandeling)
llegar a un callejón sin salida (v) (onderhandeling)
llegar a un punto muerto (v) (onderhandeling)
naufragar
(v)
(schip)
Schwedisch
vastlopen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
gå på grund (v) (schip)
gå i baklås (v) (onderhandeling)
komma till ett dödläge (v) (onderhandeling)
köra fast (v) (onderhandeling)
Portugiesisch
vastlopen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
encalhar (v) (schip)
ficar em seco (v) (schip)
chegar a um impasse (v) (onderhandeling)
chegar num beco sem saída (v) (onderhandeling)
Verbformen von vastlopen
| - | vast | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | vastlopend | und | vastgelopen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | loop vast | loopt vast | loopt vast | lopen vast | lopen vast | lopen vast |
| Imperfect | liep vast | liep vast | liep vast | liepen vast | liepen vast | liepen vast |
| Toekomende tijd I | zal vastlopen | zult vastlopen | zal vastlopen | zullen vastlopen | zullen vastlopen | zullen vastlopen |
| Conditionalis I | zou vastlopen | zou vastlopen | zou vastlopen | zouden vastlopen | zouden vastlopen | zouden vastlopen |
| Perfectum | ben vastgelopen | bent vastgelopen | is vastgelopen | zijn vastgelopen | zijn vastgelopen | zijn vastgelopen |
| Voltooid verleden tijd | was vastgelopen | was vastgelopen | was vastgelopen | waren vastgelopen | waren vastgelopen | waren vastgelopen |
| Toekomende tijd II | zal vastgelopen zijn | zult vastgelopen zijn | zal vastgelopen zijn | zullen vastgelopen zijn | zullen vastgelopen zijn | zullen vastgelopen zijn |
| Conditionalis II | zou zijn vastgelopen | zou zijn vastgelopen | zou zijn vastgelopen | zouden zijn vastgelopen | zouden zijn vastgelopen | zouden zijn vastgelopen |
| Imperatief | - | loop vast | - | - | loopt vast | - |
