Übersetzungen für variëren
variëren
hat 3 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
variëren (afwisselen, algemeen, weer)
Französisch
variëren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
variëren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
barcollare
(v)
(algemeen)
barcollare
(v)
(weer)
cambiare
(v)
(weer)
cambiare
(v)
(algemeen)
diversificare
(v)
(afwisselen)
diversificare
(v)
(algemeen)
fluttuare
(v)
[m.]
(algemeen)
fluttuare
(v)
[m.]
(weer)
mutare
(v)
(algemeen)
mutare
(v)
(weer)
vacillare
(v)
(algemeen)
vacillare
(v)
(weer)
variare
(v)
(algemeen)
variare
(v)
(afwisselen)
variare
(v)
(weer)
Englisch
variëren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
variëren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
variieren (v) (algemeen)
schwanken (v) (algemeen)
sich verändern (v) (weer)
schwanken (v) (weer)
wechseln (v) (weer)
diversifizieren (v) (afwisselen)
variieren (v) (afwisselen)
Spanisch
variëren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
cambiar (v) (algemeen)
cambiar (v) (weer)
diversificar (v) (afwisselen)
diversificar (v) (algemeen)
fluctuar
(v)
(algemeen)
fluctuar
(v)
(weer)
tambalearse
(v)
(algemeen)
tambalearse
(v)
(weer)
titubear
(v)
(algemeen)
titubear
(v)
(weer)
variar (v) (afwisselen)
variar (v) (algemeen)
variar (v) (weer)
Schwedisch
variëren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
differentiera (v) (algemeen)
differentiera (v) (afwisselen)
växla (v) (algemeen)
växla (v) (weer)
vackla (v) (algemeen)
vackla (v) (weer)
diversifiera (v) (algemeen)
diversifiera (v) (afwisselen)
variera (v) (algemeen)
variera (v) (weer)
variera (v) (afwisselen)
fluktuera (v) (algemeen)
fluktuera (v) (weer)
vingla (v) (algemeen)
vingla (v) (weer)
skifta (v) (algemeen)
skifta (v) (weer)
Portugiesisch
variëren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
variar (v) (algemeen)
variar (v) (afwisselen)
variar (v) (weer)
mudar (v) (algemeen)
mudar (v) (weer)
balançar (v) (algemeen)
balançar (v) (weer)
oscilar (v) (algemeen)
oscilar (v) (afwisselen)
oscilar (v) (weer)
diversificar (v) (afwisselen)
diversificar (v) (algemeen)
flutuar (v) (algemeen)
flutuar (v) (weer)
vacilar (v) (algemeen)
vacilar (v) (weer)
Verbformen von variëren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | variërend | und | gevarieerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | varieer | varieert | varieert | variëren | variëren | variëren |
| Imperfect | varieerde | varieerde | varieerde | varieerden | varieerden | varieerden |
| Toekomende tijd I | zal variëren | zult variëren | zal variëren | zullen variëren | zullen variëren | zullen variëren |
| Conditionalis I | zou variëren | zou variëren | zou variëren | zouden variëren | zouden variëren | zouden variëren |
| Perfectum | heb gevarieerd | hebt gevarieerd | heeft gevarieerd | hebben gevarieerd | hebben gevarieerd | hebben gevarieerd |
| Voltooid verleden tijd | had gevarieerd | had gevarieerd | had gevarieerd | hadden gevarieerd | hadden gevarieerd | hadden gevarieerd |
| Toekomende tijd II | zal gevarieerd hebben | zult gevarieerd hebben | zal gevarieerd hebben | zullen gevarieerd hebben | zullen gevarieerd hebben | zullen gevarieerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gevarieerd | zou hebben gevarieerd | zou hebben gevarieerd | zouden hebben gevarieerd | zouden hebben gevarieerd | zouden hebben gevarieerd |
| Imperatief | - | varieer | - | - | varieert | - |
