Übersetzungen für uitvaardigen
uitvaardigen
hat 2 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 5 SynonymeNiederländisch Niederländisch
uitvaardigen (orde, wetten)
Französisch
uitvaardigen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
adopter
(v)
(orde)
adopter
(v)
(wetten)
décréter
(v)
(orde)
décréter
(v)
(wetten)
promulguer
(v)
(orde)
promulguer
(v)
(wetten)
édicter
(v)
(orde)
édicter
(v)
(wetten)
Italienisch
uitvaardigen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
adottare
(v)
(orde)
adottare
(v)
(wetten)
approvare
(v)
(orde)
approvare
(v)
(wetten)
emanare
(v)
(orde)
emanare
(v)
(wetten)
emettere
(v)
(orde)
emettere
(v)
(wetten)
promulgare
(v)
(orde)
promulgare
(v)
(wetten)
Englisch
uitvaardigen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
issue
(v)
(orde)
promulgate
(v)
(orde)
issue
(v)
(wetten)
enact
(v)
(wetten)
promulgate
(formal) (v)
(wetten)
Deutsch
uitvaardigen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
erlassen (v) (orde)
verkünden (v) (orde)
verkündigen (v) (orde)
erlassen (v) (wetten)
verhängen (v) (wetten)
Spanisch
uitvaardigen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
uitvaardigen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
offentliggöra (v) (orde)
offentliggöra (v) (wetten)
utfärda (v) (orde)
utfärda (v) (wetten)
antaga (v) (orde)
antaga (v) (wetten)
Verbformen von uitvaardigen
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uitvaardigend | und | uitgevaardigd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vaardig uit | vaardigt uit | vaardigt uit | vaardigen uit | vaardigen uit | vaardigen uit |
| Imperfect | vaardigde uit | vaardigde uit | vaardigde uit | vaardigden uit | vaardigden uit | vaardigden uit |
| Toekomende tijd I | zal uitvaardigen | zult uitvaardigen | zal uitvaardigen | zullen uitvaardigen | zullen uitvaardigen | zullen uitvaardigen |
| Conditionalis I | zou uitvaardigen | zou uitvaardigen | zou uitvaardigen | zouden uitvaardigen | zouden uitvaardigen | zouden uitvaardigen |
| Perfectum | heb uitgevaardigd | hebt uitgevaardigd | heeft uitgevaardigd | hebben uitgevaardigd | hebben uitgevaardigd | hebben uitgevaardigd |
| Voltooid verleden tijd | had uitgevaardigd | had uitgevaardigd | had uitgevaardigd | hadden uitgevaardigd | hadden uitgevaardigd | hadden uitgevaardigd |
| Toekomende tijd II | zal uitgevaardigd hebben | zult uitgevaardigd hebben | zal uitgevaardigd hebben | zullen uitgevaardigd hebben | zullen uitgevaardigd hebben | zullen uitgevaardigd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgevaardigd | zou hebben uitgevaardigd | zou hebben uitgevaardigd | zouden hebben uitgevaardigd | zouden hebben uitgevaardigd | zouden hebben uitgevaardigd |
| Imperatief | - | vaardig uit | - | - | vaardigt uit | - |
