Übersetzungen für uitlaten
uitlaten
hat 3 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 6 SynonymeNiederländisch Niederländisch
uitlaten (persoon, weglaten, hond)
Französisch
uitlaten Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
supprimer
(v)
(persoon)
supprimer
(v)
(weglaten)
promener
(v)
(hond)
faire sortir (v) (hond)
faire sortir (v) (persoon)
faire sortir (v) (weglaten)
laisser sortir (v) (persoon)
laisser sortir (v) (weglaten)
omettre
(v)
(persoon)
omettre
(v)
(weglaten)
Italienisch
uitlaten Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
fare uscire (v) (persoon)
fare uscire (v) (weglaten)
lasciare uscire (v) (persoon)
lasciare uscire (v) (weglaten)
omettere
(v)
(weglaten)
omettere
(v)
(persoon)
portare fuori (v) (hond)
sopprimere
(v)
(persoon)
sopprimere
(v)
(weglaten)
Englisch
uitlaten Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
uitlaten Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
uitlaten Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
dejar salir (v) (persoon)
dejar salir (v) (weglaten)
omitir
(v)
(persoon)
omitir
(v)
(weglaten)
pasear (v) (hond)
suprimir (v) (persoon)
suprimir (v) (weglaten)
Schwedisch
uitlaten Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
ta ut (v) (hond)
gå ut med (v) (hond)
släppa ut (v) (persoon)
släppa ut (v) (weglaten)
släppa lös (v) (persoon)
släppa lös (v) (weglaten)
utelämna (v) (persoon)
utelämna (v) (weglaten)
utesluta (v) (persoon)
utesluta (v) (weglaten)
Portugiesisch
uitlaten Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
passear com (v) (hond)
levar para um passeio (v) (hond)
deixar sair (v) (persoon)
deixar sair (v) (weglaten)
omitir (v) (weglaten)
omitir (v) (persoon)
deixar de fora (v) (persoon)
deixar de fora (v) (weglaten)
Verbformen von uitlaten
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uitlatend | und | uitgelaten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | laat uit | laat uit | laat uit | laten uit | laten uit | laten uit |
| Imperfect | liet uit | liet uit | liet uit | lieten uit | lieten uit | lieten uit |
| Toekomende tijd I | zal uitlaten | zult uitlaten | zal uitlaten | zullen uitlaten | zullen uitlaten | zullen uitlaten |
| Conditionalis I | zou uitlaten | zou uitlaten | zou uitlaten | zouden uitlaten | zouden uitlaten | zouden uitlaten |
| Perfectum | heb uitgelaten | hebt uitgelaten | heeft uitgelaten | hebben uitgelaten | hebben uitgelaten | hebben uitgelaten |
| Voltooid verleden tijd | had uitgelaten | had uitgelaten | had uitgelaten | hadden uitgelaten | hadden uitgelaten | hadden uitgelaten |
| Toekomende tijd II | zal uitgelaten hebben | zult uitgelaten hebben | zal uitgelaten hebben | zullen uitgelaten hebben | zullen uitgelaten hebben | zullen uitgelaten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgelaten | zou hebben uitgelaten | zou hebben uitgelaten | zouden hebben uitgelaten | zouden hebben uitgelaten | zouden hebben uitgelaten |
| Imperatief | - | laat uit | - | - | laat uit | - |
