Übersetzungen für uitkleden
uitkleden
hat Eine Bedeutung, 5 Synonymgruppen & 20 SynonymeNiederländisch Niederländisch
uitkleden (persoon)
Französisch
uitkleden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
uitkleden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
spogliare
(v)
(persoon)
spogliarsi
(v)
(persoon)
svestire
(v)
(persoon)
togliersi i vestiti (v) (persoon)
Englisch
uitkleden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
uitkleden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
entkleiden (v) (persoon)
ausziehen (v) (persoon)
Spanisch
uitkleden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
uitkleden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
klä av sig (v) (persoon)
klä av (v) (persoon)
Portugiesisch
uitkleden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von uitkleden
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uitkledend | und | uitgekleed |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | kleed uit | kleedt uit | kleedt uit | kleden uit | kleden uit | kleden uit |
| Imperfect | kleedde uit | kleedde uit | kleedde uit | kleedden uit | kleedden uit | kleedden uit |
| Toekomende tijd I | zal uitkleden | zult uitkleden | zal uitkleden | zullen uitkleden | zullen uitkleden | zullen uitkleden |
| Conditionalis I | zou uitkleden | zou uitkleden | zou uitkleden | zouden uitkleden | zouden uitkleden | zouden uitkleden |
| Perfectum | heb uitgekleed | hebt uitgekleed | heeft uitgekleed | hebben uitgekleed | hebben uitgekleed | hebben uitgekleed |
| Voltooid verleden tijd | had uitgekleed | had uitgekleed | had uitgekleed | hadden uitgekleed | hadden uitgekleed | hadden uitgekleed |
| Toekomende tijd II | zal uitgekleed hebben | zult uitgekleed hebben | zal uitgekleed hebben | zullen uitgekleed hebben | zullen uitgekleed hebben | zullen uitgekleed hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgekleed | zou hebben uitgekleed | zou hebben uitgekleed | zouden hebben uitgekleed | zouden hebben uitgekleed | zouden hebben uitgekleed |
| Imperatief | - | kleed uit | - | - | kleedt uit | - |
