Übersetzungen für uithuwelijken
uithuwelijken
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
uithuwelijken (huwelijk)
Französisch
uithuwelijken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
marier
(v)
(huwelijk)
donner en mariage (v) (huwelijk)
Italienisch
uithuwelijken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
uithuwelijken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
marry off (v) (huwelijk)
Deutsch
uithuwelijken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
verheiraten (v) (huwelijk)
Spanisch
uithuwelijken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
casar
(v)
(huwelijk)
Schwedisch
uithuwelijken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
gifta bort (v) (huwelijk)
Portugiesisch
uithuwelijken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
casar (v) (huwelijk)
arranjar casamento para (v) (huwelijk)
Verbformen von uithuwelijken
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uithuwelijkend | und | uitgehuwelijkt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | huwelijk uit | huwelijkt uit | huwelijkt uit | huwelijken uit | huwelijken uit | huwelijken uit |
| Imperfect | huwelijkte uit | huwelijkte uit | huwelijkte uit | huwelijkten uit | huwelijkten uit | huwelijkten uit |
| Toekomende tijd I | zal uithuwelijken | zult uithuwelijken | zal uithuwelijken | zullen uithuwelijken | zullen uithuwelijken | zullen uithuwelijken |
| Conditionalis I | zou uithuwelijken | zou uithuwelijken | zou uithuwelijken | zouden uithuwelijken | zouden uithuwelijken | zouden uithuwelijken |
| Perfectum | heb uitgehuwelijkt | hebt uitgehuwelijkt | heeft uitgehuwelijkt | hebben uitgehuwelijkt | hebben uitgehuwelijkt | hebben uitgehuwelijkt |
| Voltooid verleden tijd | had uitgehuwelijkt | had uitgehuwelijkt | had uitgehuwelijkt | hadden uitgehuwelijkt | hadden uitgehuwelijkt | hadden uitgehuwelijkt |
| Toekomende tijd II | zal uitgehuwelijkt hebben | zult uitgehuwelijkt hebben | zal uitgehuwelijkt hebben | zullen uitgehuwelijkt hebben | zullen uitgehuwelijkt hebben | zullen uitgehuwelijkt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgehuwelijkt | zou hebben uitgehuwelijkt | zou hebben uitgehuwelijkt | zouden hebben uitgehuwelijkt | zouden hebben uitgehuwelijkt | zouden hebben uitgehuwelijkt |
| Imperatief | - | huwelijk uit | - | - | huwelijkt uit | - |
