Übersetzungen für uithalen
uithalen
hat 2 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 SynonymeNiederländisch Niederländisch
uithalen (mijnbouw, voorwerpen)
Französisch
uithalen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
extraire
(v)
(mijnbouw)
exploiter
(v)
(mijnbouw)
se débarrasser de (v) (voorwerpen)
enlever
(v)
(voorwerpen)
ôter
(v)
(voorwerpen)
rejeter
(v)
(voorwerpen)
éloigner
(v)
(voorwerpen)
trier et jeter (v) (voorwerpen)
Italienisch
uithalen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
allontanare
(v)
(voorwerpen)
eliminare
(v)
(voorwerpen)
estrarre
(v)
(mijnbouw)
liberarsi di (v) (voorwerpen)
scavare
(v)
(mijnbouw)
spostare
(v)
(voorwerpen)
togliere via (v) (voorwerpen)
Englisch
uithalen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
uithalen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
uithalen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
uithalen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
gräva i (v) (mijnbouw)
bearbeta (v) (mijnbouw)
bryta (v) (mijnbouw)
ta bort (v) (voorwerpen)
röja undan (v) (voorwerpen)
avlägsna (v) (voorwerpen)
rensa bort (v) (voorwerpen)
gallra ut (v) (voorwerpen)
utvinna (v) (mijnbouw)
Portugiesisch
uithalen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
minerar (v) (mijnbouw)
explorar (v) (mijnbouw)
afastar (v) (voorwerpen)
remover (v) (voorwerpen)
tirar (v) (voorwerpen)
livrar-se de (v) (voorwerpen)
extrair (v) (mijnbouw)
fazer uma limpeza (v) (voorwerpen)
liberar (v) (voorwerpen)
Verbformen von uithalen
| - | uit | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | uithalend | und | uitgehaald |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | haal uit | haalt uit | haalt uit | halen uit | halen uit | halen uit |
| Imperfect | haalde uit | haalde uit | haalde uit | haalden uit | haalden uit | haalden uit |
| Toekomende tijd I | zal uithalen | zult uithalen | zal uithalen | zullen uithalen | zullen uithalen | zullen uithalen |
| Conditionalis I | zou uithalen | zou uithalen | zou uithalen | zouden uithalen | zouden uithalen | zouden uithalen |
| Perfectum | heb uitgehaald | hebt uitgehaald | heeft uitgehaald | hebben uitgehaald | hebben uitgehaald | hebben uitgehaald |
| Voltooid verleden tijd | had uitgehaald | had uitgehaald | had uitgehaald | hadden uitgehaald | hadden uitgehaald | hadden uitgehaald |
| Toekomende tijd II | zal uitgehaald hebben | zult uitgehaald hebben | zal uitgehaald hebben | zullen uitgehaald hebben | zullen uitgehaald hebben | zullen uitgehaald hebben |
| Conditionalis II | zou hebben uitgehaald | zou hebben uitgehaald | zou hebben uitgehaald | zouden hebben uitgehaald | zouden hebben uitgehaald | zouden hebben uitgehaald |
| Imperatief | - | haal uit | - | - | haalt uit | - |
