Übersetzungen für uitbetalen

Suchbegriff:

uitbetalen

  hat 3 Bedeutungen, eine Synonymgruppe & 2 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

uitbetalen (bankwezen, bedrag, betalen)

Französisch uitbetalen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

toucher (v) [m.] (bankwezen)

verser (v) (bedrag)

verser (v) (bankwezen)

payer (v) (bedrag)

payer (v) (bankwezen)

payer (v) (betalen)

honorer (v) (bedrag)

honorer (v) (bankwezen)

débourser (v) (betalen)

encaisser (v) (bankwezen)

Italienisch uitbetalen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

incassare (v) (bankwezen)

onorare (v) (bankwezen)

onorare (v) (bedrag)

pagare (v) (bedrag)

pagare (v) (bankwezen)

pagare (v) (betalen)

riscuotere (v) (bankwezen)

sborsare (v) (bedrag)

sborsare (v) (bankwezen)

sborsare (v) (betalen)

tirar fuori (v) (bedrag)

tirar fuori (v) (bankwezen)

Englisch uitbetalen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

pay out (v) (bedrag)

remit (v) (bedrag)

honor (v) (bankwezen)

disburse (v) (betalen)

pay out (v) (betalen)

Deutsch uitbetalen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

ausbezahlen (v) (bedrag)

überweisen (v) (bedrag)

einlösen (v) (bankwezen)

ausbezahlen (v) (bankwezen)

auszahlen (v) (betalen)

ausgeben (v) (betalen)

Spanisch uitbetalen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

abonar (v) (bedrag)

abonar (v) (bankwezen)

aceptar (v) (bedrag)

aceptar (v) (bankwezen)

cobrar en efectivo (v) (bankwezen)

desembolsar (v) (bedrag)

desembolsar (v) (bankwezen)

desembolsar (v) (betalen)

hacer efectivo (v) (bankwezen)

pagar (v) (bedrag)

pagar (v) (bankwezen)

pagar (v) (betalen)

Schwedisch uitbetalen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

betala ut (v) (bedrag)

betala ut (v) (bankwezen)

honorera (v) (bedrag)

honorera (v) (bankwezen)

lösa in (v) (bedrag)

lösa in (v) (bankwezen)

lägga ut (v) (betalen)

utbetala (v) (betalen)

inkassera (v) (bankwezen)

Portugiesisch uitbetalen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

descontar (v) (bankwezen)

pagar (v) (bedrag)

pagar (v) (bankwezen)

pagar (v) (betalen)

honrar (v) (bankwezen)

honrar (v) (bedrag)

desembolsar (v) (betalen)

     

Verbformen von uitbetalen

- uit
Tegenwoordig en verleden deelwoord uitbetalend und uitbetaald
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens betaal uit betaalt uit betaalt uit betalen uit betalen uit betalen uit
Imperfect betaalde uit betaalde uit betaalde uit betaalden uit betaalden uit betaalden uit
Toekomende tijd I zal uitbetalen zult uitbetalen zal uitbetalen zullen uitbetalen zullen uitbetalen zullen uitbetalen
Conditionalis I zou uitbetalen zou uitbetalen zou uitbetalen zouden uitbetalen zouden uitbetalen zouden uitbetalen
Perfectum heb uitbetaald hebt uitbetaald heeft uitbetaald hebben uitbetaald hebben uitbetaald hebben uitbetaald
Voltooid verleden tijd had uitbetaald had uitbetaald had uitbetaald hadden uitbetaald hadden uitbetaald hadden uitbetaald
Toekomende tijd II zal uitbetaald hebben zult uitbetaald hebben zal uitbetaald hebben zullen uitbetaald hebben zullen uitbetaald hebben zullen uitbetaald hebben
Conditionalis II zou hebben uitbetaald zou hebben uitbetaald zou hebben uitbetaald zouden hebben uitbetaald zouden hebben uitbetaald zouden hebben uitbetaald
Imperatief - betaal uit - - betaalt uit -
uitbetalen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - uitbetalen übersetzen