Übersetzungen für trippelen

Suchbegriff:

trippelen

  hat 2 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 9 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

trippelen (voetstappen, lopen)

Französisch trippelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

trottiner (v) (voetstappen)

marcher à pas feutrés (v) (lopen)

Italienisch trippelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

muoversi a passi felpati (v) (lopen)

trotterellare (v) (voetstappen)

Englisch trippelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

patter (v) (voetstappen)

pad (v) (lopen)

Deutsch trippelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

trappeln (v) (voetstappen)

tappen (v) (lopen)

Spanisch trippelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

andar a pasos quedos (v) (lopen)

golpetear (v) (voetstappen)

Schwedisch trippelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

traska (v) (lopen)

trippa (v) (voetstappen)

Portugiesisch trippelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

sapatear (v) (voetstappen)

andar com passos leves (v) (lopen)

patear (v) (voetstappen)

     

Verbformen von trippelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord trippelend und getrippeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens trippel trippelt trippelt trippelen trippelen trippelen
Imperfect trippelde trippelde trippelde trippelden trippelden trippelden
Toekomende tijd I zal trippelen zult trippelen zal trippelen zullen trippelen zullen trippelen zullen trippelen
Conditionalis I zou trippelen zou trippelen zou trippelen zouden trippelen zouden trippelen zouden trippelen
Perfectum heb getrippeld hebt getrippeld heeft getrippeld hebben getrippeld hebben getrippeld hebben getrippeld
Voltooid verleden tijd had getrippeld had getrippeld had getrippeld hadden getrippeld hadden getrippeld hadden getrippeld
Toekomende tijd II zal getrippeld hebben zult getrippeld hebben zal getrippeld hebben zullen getrippeld hebben zullen getrippeld hebben zullen getrippeld hebben
Conditionalis II zou hebben getrippeld zou hebben getrippeld zou hebben getrippeld zouden hebben getrippeld zouden hebben getrippeld zouden hebben getrippeld
Imperatief - trippel - - trippelt -
trippelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - trippelen übersetzen