Übersetzungen für treffen

Suchbegriff:

treffen

  hat 7 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 16 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

treffen (geweer, gevoelens, algemeen, aandacht, geest, voorwerpen, ramp)

Französisch treffen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

tirer (v) (geweer)

toucher (v) [m.] (geweer)

toucher (v) [m.] (gevoelens)

offenser (v) (gevoelens)

rencontre (n) [f.] (algemeen)

frapper (v) (aandacht)

frapper (v) (geest)

attirer l'attention (v) (aandacht)

heurter (v) (voorwerpen)

cogner (v) (voorwerpen)

accabler (v) (ramp)

accabler (v) (geest)

tourmenter (v) (ramp)

tourmenter (v) (geest)

tourmenter (v) (aandacht)

affliger (v) (ramp)

affliger (v) (geest)

affliger (v) (aandacht)

émouvoir (v) (gevoelens)

bouleverser (v) (gevoelens)

consterner (v) (gevoelens)

exciter la pitié (v) (gevoelens)

ébranler (v) (gevoelens)

choquer (v) (gevoelens)

Italienisch treffen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

affliggere (v) (ramp)

affliggere (v) (geest)

affliggere (v) (aandacht)

attirare l'attenzione (v) (aandacht)

attirare lo sguardo (v) (aandacht)

colpire (v) (ramp)

colpire (v) (geest)

colpire (v) (geweer)

colpire (v) (aandacht)

commuovere (v) (gevoelens)

costernare (v) (gevoelens)

incontro (n) [m.] (algemeen)

intenerire (v) (gevoelens)

sbattere (v) [m.] (voorwerpen)

scioccare (v) (gevoelens)

sconvolgere (v) (gevoelens)

scuotere (v) (gevoelens)

sgomentare (v) (gevoelens)

sparare (v) (geweer)

spaventare (v) (gevoelens)

tirare (v) (geweer)

tormentare (v) (ramp)

tormentare (v) (geest)

urtare (v) [m.] (voorwerpen)

Englisch treffen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

meeting (n) (algemeen)

scourge (v) (ramp)

shoot (v) (geweer)

hit (v) (geweer)

afflict (v) (geest)

strike (v) (aandacht)

hit (v) (voorwerpen)

strike (v) (voorwerpen)

move (v) (gevoelens)

touch (v) (gevoelens)

stir (v) (gevoelens)

Deutsch treffen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Zusammentreffen (n) [n.] (algemeen)

heimsuchen (v) (ramp)

schießen (v) (geweer)

anschießen (v) (geweer)

heimsuchen (v) (geest)

treffen (v) (geest)

auffallen (v) (aandacht)

treffen (v) (aandacht)

stoßen (v) (voorwerpen)

auftreffen (v) (voorwerpen)

erschüttern (v) (gevoelens)

ergreifen (v) (gevoelens)

Spanisch treffen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

afligir (v) (ramp)

afligir (v) (geest)

afligir (v) (aandacht)

aterrar (v) (gevoelens)

atraer la atención (v) (aandacht)

azotar (v) (ramp)

azotar (v) (geest)

chocar contra (v) (voorwerpen)

conmocionar a (v) (gevoelens)

conmover (v) (gevoelens)

dar contra (v) (voorwerpen)

disparar (v) (geweer)

encuentro (n) [m.] (algemeen)

enternecer (v) (gevoelens)

herir (v) (geweer)

impresionar (v) (gevoelens)

ocurrírsele a uno (v) (aandacht)

ocurrírsele a uno (v) (geest)

ofender (v) (gevoelens)

pegarle un tiro a (v) (geweer)

producir una conmoción (v) (gevoelens)

repugnar (v) (gevoelens)

saltar a la vista (v) (aandacht)

tropezar con (v) (voorwerpen)

Schwedisch treffen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

slå (v) (geest)

slå (v) (aandacht)

slå (v) (voorwerpen)

förskräcka (v) (gevoelens)

röra (v) (gevoelens)

träffa (v) (geweer)

plåga (v) (ramp)

plåga (v) (geest)

plåga (v) (aandacht)

tilldra sig uppmärksamhet (v) (aandacht)

väcka uppmärksamhet (v) (aandacht)

slå till (v) (voorwerpen)

hemsöka (v) (ramp)

hemsöka (v) (geest)

hemsöka (v) (aandacht)

möte (n) [n.] (algemeen)

uppröra (v) (gevoelens)

beveka (v) (gevoelens)

förfära (v) (gevoelens)

chocka (v) (gevoelens)

chockera (v) (gevoelens)

skjuta (v) (geweer)

Portugiesisch treffen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

tocar (v) (gevoelens)

bater (v) [m.] (voorwerpen)

atingir (v) (geweer)

encontro (n) [m.] (algemeen)

balear (v) (geweer)

ferir (v) (geweer)

ocorrer (v) (aandacht)

ocorrer (v) (geest)

chamar atenção (v) (aandacht)

chocar (v) (gevoelens)

mexer com (v) (gevoelens)

comover (v) (gevoelens)

impressionar (v) (gevoelens)

atormentar (v) (ramp)

atormentar (v) (geest)

atormentar (v) (aandacht)

reunião (n) [f.] (algemeen)

pasmar (v) (gevoelens)

mexer (v) (gevoelens)

abalar (v) (gevoelens)

estarrecer (v) (gevoelens)

disparar (v) (geweer)

açoitar (v) (ramp)

açoitar (v) (geest)

afligir (v) (ramp)

afligir (v) (geest)

afligir (v) (aandacht)

castigar (v) (ramp)

castigar (v) (geest)

atirar (v) (geweer)

     

Verbformen von treffen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord treffend und getroffen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens tref treft treft treffen treffen treffen
Imperfect trof trof trof troffen troffen troffen
Toekomende tijd I zal treffen zult treffen zal treffen zullen treffen zullen treffen zullen treffen
Conditionalis I zou treffen zou treffen zou treffen zouden treffen zouden treffen zouden treffen
Perfectum heb getroffen hebt getroffen heeft getroffen hebben getroffen hebben getroffen hebben getroffen
Voltooid verleden tijd had getroffen had getroffen had getroffen hadden getroffen hadden getroffen hadden getroffen
Toekomende tijd II zal getroffen hebben zult getroffen hebben zal getroffen hebben zullen getroffen hebben zullen getroffen hebben zullen getroffen hebben
Conditionalis II zou hebben getroffen zou hebben getroffen zou hebben getroffen zouden hebben getroffen zouden hebben getroffen zouden hebben getroffen
Imperatief - tref - - treft -
treffen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - treffen übersetzen