Übersetzungen für tonen
tonen
hat 10 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 11 SynonymeNiederländisch Niederländisch
tonen (aanwijzing, show, warenhuis, gevoel, voorwerp, richting, betonen, toegangsbewijs, tentoonstelling, vinger)
Französisch
tonen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
marquer
(v)
(aanwijzing)
marquer
(v)
(show)
marquer
(v)
(warenhuis)
marquer
(v)
(gevoel)
marquer
(v)
(voorwerp)
marquer
(v)
(richting)
marquer
(v)
(betonen)
présenter
(v)
(toegangsbewijs)
dénoter
(v)
(betonen)
dénoter
(v)
(aanwijzing)
dénoter
(v)
(show)
dénoter
(v)
(warenhuis)
dénoter
(v)
(gevoel)
dénoter
(v)
(voorwerp)
dénoter
(v)
(richting)
montrer
(v)
(betonen)
montrer
(v)
(tentoonstelling)
montrer
(v)
(aanwijzing)
montrer
(v)
(show)
montrer
(v)
(warenhuis)
montrer
(v)
(gevoel)
montrer
(v)
(voorwerp)
montrer
(v)
(richting)
indiquer
(v)
(show)
indiquer
(v)
(vinger)
indiquer
(v)
(aanwijzing)
indiquer
(v)
(warenhuis)
indiquer
(v)
(gevoel)
indiquer
(v)
(voorwerp)
indiquer
(v)
(richting)
indiquer
(v)
(betonen)
produire
(v)
(toegangsbewijs)
étaler
(v)
(aanwijzing)
étaler
(v)
(show)
étaler
(v)
(warenhuis)
étaler
(v)
(gevoel)
étaler
(v)
(voorwerp)
étaler
(v)
(richting)
étaler
(v)
(betonen)
révéler
(v)
(aanwijzing)
révéler
(v)
(show)
révéler
(v)
(warenhuis)
révéler
(v)
(gevoel)
révéler
(v)
(voorwerp)
révéler
(v)
(richting)
révéler
(v)
(betonen)
être l'indice de (v) (aanwijzing)
être l'indice de (v) (show)
être l'indice de (v) (warenhuis)
être l'indice de (v) (gevoel)
être l'indice de (v) (voorwerp)
être l'indice de (v) (richting)
être l'indice de (v) (betonen)
manifester
(v)
(aanwijzing)
manifester
(v)
(show)
manifester
(v)
(warenhuis)
manifester
(v)
(gevoel)
manifester
(v)
(voorwerp)
manifester
(v)
(richting)
manifester
(v)
(betonen)
en dire long (v) (aanwijzing)
en dire long (v) (show)
en dire long (v) (warenhuis)
en dire long (v) (gevoel)
en dire long (v) (voorwerp)
en dire long (v) (richting)
en dire long (v) (betonen)
présentation
(n)
[f.]
(toegangsbewijs)
Italienisch
tonen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
additare
(v)
(vinger)
additare
(v)
(aanwijzing)
additare
(v)
(show)
additare
(v)
(warenhuis)
additare
(v)
(gevoel)
additare
(v)
(voorwerp)
additare
(v)
(richting)
additare
(v)
(betonen)
dimostrare
(v)
(tentoonstelling)
dimostrare
(v)
(aanwijzing)
dimostrare
(v)
(show)
dimostrare
(v)
(warenhuis)
dimostrare
(v)
(gevoel)
dimostrare
(v)
(voorwerp)
dimostrare
(v)
(richting)
dimostrare
(v)
(betonen)
dire
(v)
(aanwijzing)
dire
(v)
(show)
dire
(v)
(warenhuis)
dire
(v)
(gevoel)
dire
(v)
(voorwerp)
dire
(v)
(richting)
dire
(v)
(betonen)
esibire
(v)
(toegangsbewijs)
esibizione
(n)
[f.]
(toegangsbewijs)
esporre
(v)
(aanwijzing)
esporre
(v)
(show)
esporre
(v)
(warenhuis)
esporre
(v)
(gevoel)
esporre
(v)
(voorwerp)
esporre
(v)
(richting)
esporre
(v)
(betonen)
esprimere
(v)
(aanwijzing)
esprimere
(v)
(show)
esprimere
(v)
(warenhuis)
esprimere
(v)
(gevoel)
esprimere
(v)
(voorwerp)
esprimere
(v)
(richting)
esprimere
(v)
(betonen)
indicare
(v)
(aanwijzing)
indicare
(v)
(show)
indicare
(v)
(warenhuis)
indicare
(v)
(gevoel)
indicare
(v)
(voorwerp)
indicare
(v)
(richting)
indicare
(v)
(betonen)
mettere in mostra (v) (aanwijzing)
mettere in mostra (v) (show)
mettere in mostra (v) (warenhuis)
mettere in mostra (v) (gevoel)
mettere in mostra (v) (voorwerp)
mettere in mostra (v) (richting)
mettere in mostra (v) (betonen)
mostrare
(v)
(tentoonstelling)
mostrare
(v)
(toegangsbewijs)
mostrare
(v)
(aanwijzing)
mostrare
(v)
(show)
mostrare
(v)
(warenhuis)
mostrare
(v)
(gevoel)
mostrare
(v)
(voorwerp)
mostrare
(v)
(richting)
mostrare
(v)
(betonen)
presentare
(v)
(toegangsbewijs)
presentazione
(n)
[f.]
(toegangsbewijs)
produrre
(v)
(toegangsbewijs)
rivelare
(v)
(betonen)
rivelare
(v)
(aanwijzing)
rivelare
(v)
(show)
rivelare
(v)
(warenhuis)
rivelare
(v)
(gevoel)
rivelare
(v)
(voorwerp)
rivelare
(v)
(richting)
Englisch
tonen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
production
(n)
(toegangsbewijs)
showing
(n)
(toegangsbewijs)
demonstrate
(v)
(tentoonstelling)
show
(v)
(tentoonstelling)
point
(v)
(vinger)
say
(v)
(aanwijzing)
indicate
(v)
(aanwijzing)
show
(v)
(aanwijzing)
read
(v)
(show)
produce
(v)
(toegangsbewijs)
show
(v)
(toegangsbewijs)
display
(v)
(warenhuis)
show
(v)
(warenhuis)
show
(v)
(gevoel)
show
(v)
(voorwerp)
show
(v)
(richting)
indicate
(v)
(richting)
evince
(formal) (v)
(betonen)
make manifest (v) (betonen)
Deutsch
tonen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Vorzeigen (n) [n.] (toegangsbewijs)
vorführen (v) (tentoonstelling)
hinweisen (v) (vinger)
aussagen (v) (aanwijzing)
zeigen (v) (aanwijzing)
zeigen (v) (show)
angeben (v) (show)
vorzeigen (v) (toegangsbewijs)
zeigen (v) (warenhuis)
zur Schau stellen (v) (warenhuis)
zeigen (v) (gevoel)
zeigen (v) (voorwerp)
zeigen (v) (richting)
an den Tag legen (v) (betonen)
zeigen (v) (betonen)
bekunden (v) (betonen)
Spanisch
tonen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
demostrar (v) (aanwijzing)
demostrar (v) (tentoonstelling)
demostrar (v) (show)
demostrar (v) (warenhuis)
demostrar (v) (gevoel)
demostrar (v) (voorwerp)
demostrar (v) (richting)
demostrar (v) (betonen)
denotar
(v)
(betonen)
denotar
(v)
(aanwijzing)
denotar
(v)
(show)
denotar
(v)
(warenhuis)
denotar
(v)
(gevoel)
denotar
(v)
(voorwerp)
denotar
(v)
(richting)
enseñar (v) (toegangsbewijs)
evidenciar (v) (betonen)
evidenciar (v) (aanwijzing)
evidenciar (v) (show)
evidenciar (v) (warenhuis)
evidenciar (v) (gevoel)
evidenciar (v) (voorwerp)
evidenciar (v) (richting)
exhibir
(v)
(aanwijzing)
exhibir
(v)
(show)
exhibir
(v)
(warenhuis)
exhibir
(v)
(gevoel)
exhibir
(v)
(voorwerp)
exhibir
(v)
(richting)
exhibir
(v)
(betonen)
exponer (v) (aanwijzing)
exponer (v) (show)
exponer (v) (warenhuis)
exponer (v) (gevoel)
exponer (v) (voorwerp)
exponer (v) (richting)
exponer (v) (betonen)
indicar (v) (betonen)
indicar (v) (show)
indicar (v) (aanwijzing)
indicar (v) (warenhuis)
indicar (v) (gevoel)
indicar (v) (voorwerp)
indicar (v) (richting)
marcar (v) (show)
marcar (v) (aanwijzing)
marcar (v) (warenhuis)
marcar (v) (gevoel)
marcar (v) (voorwerp)
marcar (v) (richting)
marcar (v) (betonen)
mostrar (v) (tentoonstelling)
mostrar (v) (toegangsbewijs)
mostrar (v) (aanwijzing)
mostrar (v) (show)
mostrar (v) (warenhuis)
mostrar (v) (gevoel)
mostrar (v) (voorwerp)
mostrar (v) (richting)
mostrar (v) (betonen)
presentación
(n)
[f.]
(toegangsbewijs)
presentar (v) (toegangsbewijs)
señalar (v) (vinger)
Schwedisch
tonen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
visa (v) (tentoonstelling)
visa (v) (aanwijzing)
visa (v) (show)
visa (v) (warenhuis)
visa (v) (gevoel)
visa (v) (voorwerp)
visa (v) (richting)
visa (v) (betonen)
manifestera (v) (aanwijzing)
manifestera (v) (show)
manifestera (v) (warenhuis)
manifestera (v) (gevoel)
manifestera (v) (voorwerp)
manifestera (v) (richting)
manifestera (v) (betonen)
ådagalägga (v) (aanwijzing)
ådagalägga (v) (show)
ådagalägga (v) (warenhuis)
ådagalägga (v) (gevoel)
ådagalägga (v) (voorwerp)
ådagalägga (v) (richting)
ådagalägga (v) (betonen)
visa upp (v) (toegangsbewijs)
peka på (v) (aanwijzing)
peka på (v) (show)
peka på (v) (warenhuis)
peka på (v) (gevoel)
peka på (v) (voorwerp)
peka på (v) (richting)
peka på (v) (betonen)
säga (v) (aanwijzing)
säga (v) (show)
säga (v) (warenhuis)
säga (v) (gevoel)
säga (v) (voorwerp)
säga (v) (richting)
säga (v) (betonen)
ställa ut (v) (aanwijzing)
ställa ut (v) (show)
ställa ut (v) (warenhuis)
ställa ut (v) (gevoel)
ställa ut (v) (voorwerp)
ställa ut (v) (richting)
ställa ut (v) (betonen)
demonstrera (v) (tentoonstelling)
peka (v) (vinger)
uppvisande (n) [n.] (toegangsbewijs)
skylta med (v) (aanwijzing)
skylta med (v) (show)
skylta med (v) (warenhuis)
skylta med (v) (gevoel)
skylta med (v) (voorwerp)
skylta med (v) (richting)
skylta med (v) (betonen)
Portugiesisch
tonen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
expor (v) (aanwijzing)
expor (v) (show)
expor (v) (warenhuis)
expor (v) (gevoel)
expor (v) (voorwerp)
expor (v) (richting)
expor (v) (betonen)
marcar (v) (aanwijzing)
marcar (v) (show)
marcar (v) (warenhuis)
marcar (v) (gevoel)
marcar (v) (voorwerp)
marcar (v) (richting)
marcar (v) (betonen)
apresentar (v) (toegangsbewijs)
evidenciar (v) (betonen)
evidenciar (v) (aanwijzing)
evidenciar (v) (show)
evidenciar (v) (warenhuis)
evidenciar (v) (gevoel)
evidenciar (v) (voorwerp)
evidenciar (v) (richting)
mostrar (v) (tentoonstelling)
mostrar (v) (aanwijzing)
mostrar (v) (show)
mostrar (v) (warenhuis)
mostrar (v) (gevoel)
mostrar (v) (voorwerp)
mostrar (v) (richting)
mostrar (v) (betonen)
denotar (v) (betonen)
denotar (v) (aanwijzing)
denotar (v) (show)
denotar (v) (warenhuis)
denotar (v) (gevoel)
denotar (v) (voorwerp)
denotar (v) (richting)
indicar (v) (aanwijzing)
indicar (v) (show)
indicar (v) (warenhuis)
indicar (v) (gevoel)
indicar (v) (voorwerp)
indicar (v) (richting)
indicar (v) (betonen)
demonstrar (v) (tentoonstelling)
demonstrar (v) (aanwijzing)
demonstrar (v) (show)
demonstrar (v) (warenhuis)
demonstrar (v) (gevoel)
demonstrar (v) (voorwerp)
demonstrar (v) (richting)
demonstrar (v) (betonen)
apontar (v) (vinger)
apontar (v) (aanwijzing)
apontar (v) (show)
apontar (v) (warenhuis)
apontar (v) (gevoel)
apontar (v) (voorwerp)
apontar (v) (richting)
apontar (v) (betonen)
dizer (v) (aanwijzing)
dizer (v) (show)
dizer (v) (warenhuis)
dizer (v) (gevoel)
dizer (v) (voorwerp)
dizer (v) (richting)
dizer (v) (betonen)
exprimir (v) (aanwijzing)
exprimir (v) (show)
exprimir (v) (warenhuis)
exprimir (v) (gevoel)
exprimir (v) (voorwerp)
exprimir (v) (richting)
exprimir (v) (betonen)
apresentação (n) [f.] (toegangsbewijs)
Verbformen von tonen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | tonend | und | getoond |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | toon | toont | toont | tonen | tonen | tonen |
| Imperfect | toonde | toonde | toonde | toonden | toonden | toonden |
| Toekomende tijd I | zal tonen | zult tonen | zal tonen | zullen tonen | zullen tonen | zullen tonen |
| Conditionalis I | zou tonen | zou tonen | zou tonen | zouden tonen | zouden tonen | zouden tonen |
| Perfectum | heb getoond | hebt getoond | heeft getoond | hebben getoond | hebben getoond | hebben getoond |
| Voltooid verleden tijd | had getoond | had getoond | had getoond | hadden getoond | hadden getoond | hadden getoond |
| Toekomende tijd II | zal getoond hebben | zult getoond hebben | zal getoond hebben | zullen getoond hebben | zullen getoond hebben | zullen getoond hebben |
| Conditionalis II | zou hebben getoond | zou hebben getoond | zou hebben getoond | zouden hebben getoond | zouden hebben getoond | zouden hebben getoond |
| Imperatief | - | toon | - | - | toont | - |
