Übersetzungen für toepassen
toepassen
hat 2 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 9 SynonymeNiederländisch Niederländisch
toepassen (uitoefenen, gebruiken)
Französisch
toepassen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
user
(v)
(uitoefenen)
user
(v)
(gebruiken)
employer
(v)
(uitoefenen)
employer
(v)
(gebruiken)
user de (v) (uitoefenen)
user de (v) (gebruiken)
exercer
(v)
(uitoefenen)
exercer
(v)
(gebruiken)
pratiquer
(v)
(uitoefenen)
pratiquer
(v)
(gebruiken)
appliquer
(v)
(uitoefenen)
appliquer
(v)
(gebruiken)
utiliser
(v)
(uitoefenen)
utiliser
(v)
(gebruiken)
Italienisch
toepassen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
adoperare
(v)
(uitoefenen)
adoperare
(v)
(gebruiken)
applicare
(v)
(uitoefenen)
applicare
(v)
(gebruiken)
azionare
(v)
(uitoefenen)
azionare
(v)
(gebruiken)
esercitare
(v)
(uitoefenen)
esercitare
(v)
(gebruiken)
servirsi di (v) (uitoefenen)
servirsi di (v) (gebruiken)
usare
(v)
(uitoefenen)
usare
(v)
(gebruiken)
utilizzare
(v)
(uitoefenen)
utilizzare
(v)
(gebruiken)
Englisch
toepassen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
exercise
(v)
(uitoefenen)
exert
(v)
(uitoefenen)
apply
(v)
(gebruiken)
put to use (v) (gebruiken)
use
(v)
(gebruiken)
Deutsch
toepassen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
ausüben (v) (uitoefenen)
gebrauchen (v) (uitoefenen)
anwenden (v) (uitoefenen)
anwenden (v) (gebruiken)
verwenden (v) (gebruiken)
benützen (v) (gebruiken)
gebrauchen (v) (gebruiken)
Spanisch
toepassen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
toepassen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
toepassen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
usar (v) (uitoefenen)
usar (v) (gebruiken)
aplicar (v) (uitoefenen)
aplicar (v) (gebruiken)
exercitar (v) (uitoefenen)
exercitar (v) (gebruiken)
exercer (v) (uitoefenen)
exercer (v) (gebruiken)
colocar em uso (v) (uitoefenen)
colocar em uso (v) (gebruiken)
utilizar (v) (uitoefenen)
utilizar (v) (gebruiken)
fazer uso de (v) (uitoefenen)
fazer uso de (v) (gebruiken)
Verbformen von toepassen
| - | toe | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | toepassend | und | toegepast |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | pas toe | past toe | past toe | passen toe | passen toe | passen toe |
| Imperfect | paste toe | paste toe | paste toe | pasten toe | pasten toe | pasten toe |
| Toekomende tijd I | zal toepassen | zult toepassen | zal toepassen | zullen toepassen | zullen toepassen | zullen toepassen |
| Conditionalis I | zou toepassen | zou toepassen | zou toepassen | zouden toepassen | zouden toepassen | zouden toepassen |
| Perfectum | heb toegepast | hebt toegepast | heeft toegepast | hebben toegepast | hebben toegepast | hebben toegepast |
| Voltooid verleden tijd | had toegepast | had toegepast | had toegepast | hadden toegepast | hadden toegepast | hadden toegepast |
| Toekomende tijd II | zal toegepast hebben | zult toegepast hebben | zal toegepast hebben | zullen toegepast hebben | zullen toegepast hebben | zullen toegepast hebben |
| Conditionalis II | zou hebben toegepast | zou hebben toegepast | zou hebben toegepast | zouden hebben toegepast | zouden hebben toegepast | zouden hebben toegepast |
| Imperatief | - | pas toe | - | - | past toe | - |
