Übersetzungen für teruggaan
teruggaan
hat 2 BedeutungenNiederländisch Niederländisch
teruggaan (tijd, zich terugtrekken)
Französisch
teruggaan Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
remonter
(v)
(tijd)
reculer
(v)
(zich terugtrekken)
se retirer (v) (zich terugtrekken)
dater de (v) (tijd)
retourner en arrière (v) (zich terugtrekken)
Italienisch
teruggaan Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
indietreggiare
(v)
(zich terugtrekken)
risalire
(v)
(tijd)
ritirarsi
(v)
(zich terugtrekken)
tirarsi indietro (v) (zich terugtrekken)
Englisch
teruggaan Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
teruggaan Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
zurückgehen (v) (tijd)
sich zurückziehen (v) (zich terugtrekken)
zurückweichen (v) (zich terugtrekken)
Spanisch
teruggaan Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
batirse en retirada (v) (zich terugtrekken)
remontarse
(v)
(tijd)
replegarse
(v)
(zich terugtrekken)
retirarse (v) (zich terugtrekken)
retroceder
(v)
(zich terugtrekken)
Schwedisch
teruggaan Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
vika undan (v) (zich terugtrekken)
gå tillbaka (v) (tijd)
härröra från (v) (tijd)
dra sig tillbaka (v) (zich terugtrekken)
retirera (v) (zich terugtrekken)
Portugiesisch
teruggaan Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
recuar (v) (zich terugtrekken)
retroceder (v) (zich terugtrekken)
retirar-se (v) (zich terugtrekken)
remontar (v) (tijd)
datar de (v) (tijd)
remontar-se a (v) (tijd)
Verbformen von teruggaan
| irr. | terug | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | teruggaand | und | teruggegaan |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ga terug | gaat terug | gaat terug | gaan terug | gaan terug | gaan terug |
| Imperfect | ging terug | ging terug | ging terug | gingen terug | gingen terug | gingen terug |
| Toekomende tijd I | zal teruggaan | zult teruggaan | zal teruggaan | zullen teruggaan | zullen teruggaan | zullen teruggaan |
| Conditionalis I | zou teruggaan | zou teruggaan | zou teruggaan | zouden teruggaan | zouden teruggaan | zouden teruggaan |
| Perfectum | ben teruggegaan | bent teruggegaan | is teruggegaan | zijn teruggegaan | zijn teruggegaan | zijn teruggegaan |
| Voltooid verleden tijd | was teruggegaan | was teruggegaan | was teruggegaan | waren teruggegaan | waren teruggegaan | waren teruggegaan |
| Toekomende tijd II | zal teruggegaan zijn | zult teruggegaan zijn | zal teruggegaan zijn | zullen teruggegaan zijn | zullen teruggegaan zijn | zullen teruggegaan zijn |
| Conditionalis II | zou zijn teruggegaan | zou zijn teruggegaan | zou zijn teruggegaan | zouden zijn teruggegaan | zouden zijn teruggegaan | zouden zijn teruggegaan |
| Imperatief | - | ga terug | - | - | gaat terug | - |
